Abonneer Log in

PSOE: twee uitdagers, drie dilemma's

STATE OF THE LEFT

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 91 tot 95

Nooit eerder sinds de terugkeer van de democratie in 1977 stond de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) voor de uitdaging van vandaag: bij landelijke en sommige regionale en plaatselijke verkiezingen zal zij moeten vechten om haar dominante positie bij linkse en centrumlinkse kiezers te behouden. Verschillende opiniepeilingen laten immers zien dat zij dreigt voorbijgestoken te worden door de nieuwe linkse partij, Podemos. Hoewel dergelijke peilingen vaak niet meer zijn dan een momentopname, zeker nu het Spaanse electoraat zo extreem volatiel is geworden, zullen zij wel degelijk een invloed hebben op de keuze van de kiezer en de beslissingen van PSOE-voorzitter Pedro Sánchez , en wellicht ook op het optreden van hen die vinden dat het zittende partijbestuur moet ophoepelen. En zie, begin dit jaar plaatsten sommige partijtenoren al vraagtekens bij de kandidatuur voor het premierschap van Pedro Sánchez, nog maar sinds juli 2014 voorzitter. Zij meenden dat meerdere kandidaten zouden moeten kunnen deelnemen aan de voorverkiezingen later op het jaar. Hoe is het zover kunnen komen?

STATE OF THE LEFT

PvdA: een partij met gebroken benen
Joop van den Berg
PS: à qui la faute?
Frederik Dhondt
SPD: gevangen in de meerderheid
Michael Miebach
Socialdemokraterne: Gucci-Helle
Gijs Schumacher
PSOE: twee uitdagers, drie dilemma's
Juan Rodriguez Teruel

PSOE ONDER HOOGSPANNING

De PSOE leed in 2011 een zware nederlaag bij zowel landelijke, regionale als plaatselijke verkiezingen. Haar rol bij het bezweren van de economische crisis werd haar zwaar aangerekend. Er was echter ook iets fundamenteler aan de hand: (centrum)linkse kiezers ontdekten dat hun partij deel van het establishment was geworden. Er volgde een ongemeen felle reactie, niet alleen tegen de PSOE maar ook tegen de Partido Popular (PP), de twee grote partijen die in de voorbij dertig jaar Spanje hebben bestuurd. Daarbij werden ook de instellingen niet ontzien, vooral nadat massaal gerechtelijke onderzoeken werden gestart naar corruptie die zou zijn gepleegd in de jaren van de financiële bonanza. Ook de decentralisering van bevoegdheden kwam in meerdere regio’s onder vuur te liggen. Vooral dan in Catalonië, waar een belangrijk deel van de bevolking en de politieke klasse willen kunnen stemmen over onafhankelijkheid. Bovendien lijkt er sprake van een generatiekloof, een vorm van kortsluiting tussen jongere en oudere kiezers, die vooral de PSOE parten speelt en in verschillende regio’s haar traditionele basis doet afbrokkelen.

De huidige legislatuur (2011-2015) is een marteling geweest voor de PSOE. Na de val van José Luis Rodríguez Zapatero nam Alfredo Pérez Rubalcaba over als partijvoorzitter. Hij moest vooral de crisis in de partij indammen. De harde economische tijden, de door Europa opgelegde soberheidspolitiek en de schandalen inzake partijfinanciering leken er aanvankelijk te zullen voor zorgen dat de PSOE zich snel zou herstellen van de klap in 2011. De populariteit van premier Mariano Rajoy ging pijlsnel naar beneden. Nooit eerder sinds de terugkeer van de democratie presteerde een premier zo slecht in de peilingen (onder de dertig procent). De PSOE kon daar echter niet van profiteren. Zij had het extreem moeilijk om haar geloofwaardigheid te herwinnen. Zij ging dan wel openlijk in de aanval tegen het soberheidsbeleid, veel kiezers waren allerminst vergeten dat zij dat beleid in de steigers had gezet in 2010, nadat de EU en de VS Zapatero onder druk hadden gezet om een bankroet (bailout) af te wenden. Bovendien aarzelde de PP niet om erop te wijzen dat ook sommige lokale en regionale PSOE-bonzen boter op hun hoofd hadden en in corruptieschandalen betrokken waren.

VOORZITTER PEDRO SÁNCHEZ

Dat de PSOE er zelfs in de oppositie niet in slaagde om de kloof met haar kiezers te dichten, werd pijnlijk duidelijk met de Europese verkiezingen in mei 2014. De resultaten waren ronduit slecht. Rubalcaba besefte dat hem de uitgang wachtte. De oproep om voorverkiezingen te houden voor het voorzitterschap - een weg die als absoluut heilloos werd weggezet door zijn voorgangers en waarvan de partijstatuten ook geen melding maken - zou zijn laatste kunstje worden. Voorverkiezingen werden gezien als een wanhopige poging om de crisis in de partij te keren. Uit onderzoek is echter gebleken dat zij in handen van de partijleiding ook een wapen kunnen worden om het middenkader buiten spel te zetten. En zo geschiedde. Sommige tegenstanders van Rubalcaba werden erdoor afgeschrikt en kandideerden niet langer. En ook de reformistische vleugel binnen de partij bond in. Uiteindelijk ging Pedro Sánchez met het voorzitterschap lopen. Tot enkele maanden voor zijn verkiezing was hij een nobele onbekende, zowel voor de publieke opinie als voor veel partijleden.

De verkiezing van Sánchez is wel een voorbeeld van vernieuwing van de partijleiding. In vergelijking met zijn voorgangers is hij niet gepokt en gemazeld door ervaringen in de partijorganisatie. Hij draagt, wat dat betreft, geen verleden met zich mee. Anders dan de meeste van zijn collega’s heeft hij ook geen rechtenopleiding genoten. Hij is de eerste voorzitter die economie heeft gestudeerd - Spaanse economische diplomatie in Europa – en spreekt vloeiend Engels en Frans. Kortom, hij heeft een ander profiel dan de traditionele aspirant-premiers en staat in het leven zoals de jongere generatie Spanjaarden dat doet, d.w.z. meer bezig met economie en met het opdoen van professionele ervaring in Europa.

TWEE UITDAGERS: PODEMOS EN CIUDADANOS

De verkiezing van Sánchez vond plaats luttele weken na het aantreden van de nieuwe Spaanse koning; en kort nadat Podemos (letterlijk: ‘We kunnen’) werd opgericht. De opkomst van Podemos - succesvol bij de Europese verkiezingen en nu in de peilingen - betekent een formidabele uitdaging voor de socialisten. De PSOE lijkt vandaag niet langer het enige alternatief voor de PP. Podemos is er in geslaagd om die jonge kiezers aan te spreken die na de financiële crisis van 2008 de PSOE de rug hebben toegekeerd. Haar centrale boodschap is dat de links-rechts tegenstelling haar beste tijd heeft gehad. Zij wil eerder de kloof tussen het establishment en de burger benadrukken, waarbij de PSOE-leiding gemakshalve bij het establishment wordt gerekend. In de periode tussen de Europese verkiezingen en de overwinning van Syriza in Griekenland in januari 2015, had Podemos de wind in de zeilen en leek zij het succes van Syriza te kunnen evenaren. Maar merkwaardig genoeg heeft de PSOE tot dusver de tanden op elkaar gehouden wat (kritiek op) Syriza betreft. Zij doet er ook alles aan om niet met haar Griekse zusterpartij (PASOK) geassocieerd te worden (ook Podemos kan overigens niet echt worden vergeleken met Syriza).

Podemos heeft in 2014 het politieke debat helemaal beheerst, ook al was er stilaan een andere partij, Ciudadanos (letterlijk: ‘Burgers’), op het politieke toneel verschenen. Niet dat het een nieuwe partij betrof, want Ciudadanos werd al eerder - in 2006 - opgericht in Barcelona om het nationalisme een halt toe te roepen in Catalonië. Zij was ook redelijk succesvol, maar kon op het landelijke vlak pas doorbreken toen de twee grote partijen door de kiezer werden gedesavoueerd in de peilingen. Ciudadanos is een centrumpartij, die vooral mikt op de gematigde kiezers van de PP en de PSOE. Waarnemers verwachten niet dat zij evenveel kiezers als Podemos zal aantrekken, maar zij kan natuurlijk wel een beslissende rol spelen bij het vormen van coalities. Aangezien Ciudadanos geen voorstander is van een radicale hervormingen kan zij zowel met de PSOE als de PP in zee gaan.

GENERATIEKLOOF

De winst van Podemos en Ciudadanos, en het verlies van de PSOE, laten een generatiekloof zien tussen jonge en oudere kiezers. Dat bleek een eerste keer bij de Europese verkiezingen in 2014. Leeftijd werd een bepalend kenmerk. Jonge kiezers leken bij die verkiezingen minder geneigd om voor de twee grote partijen te stemmen, zo wees verkiezingsonderzoek uit. Zij stemden voor kleine, linksere protestpartijen en wilden vooral een signaal sturen naar de Europese instellingen. Niet dat de Spanjaarden zich tegen Europa willen keren, maar wel dat zij niet langer akkoord gaan met het beleid dat in Brussel wordt uitgestippeld.

Recente peilingen bevestigen die tendens: hoe jonger de kiezer, hoe meer kans dat hij of zij de PP of de PSOE de rug toekeert en kiest voor Podemos en, in mindere mate, voor de linkse Izquierda Unida (IU). Podemos lijkt vooral heel jonge en zeer kritische kiezers te hebben afgesnoept van IU. Toch is het maar de vraag hoe duurzaam de stem van de min 45-jarigen is. Jongeren zijn geen trouwe kiezers. Bovendien lijken velen onder hen pas enkele dagen voor de verkiezingen te beslissen voor welke partij zij gaan stemmen. De meest verrassende vaststelling is echter wel dat zij helemaal niet zo overtuigd zijn van de keuze die zij hebben gemaakt: bijna de helft van de min 45-jarigen zou voor een andere partij hebben gestemd indien hij of zij weet had gehad van de uitslag van de verkiezingen.

Kunnen we dan voorspellen wat het stemgedrag van de jongere kiezers zal zijn bij de volgende stembusslag? Bijzonder moeilijk, zeker voor de zeer jonge kiezers zoals onderzoek uitwijst. Wel zijn jongere kiezers veel optimistischer dan oudere kiezers, en dat ondanks het feit dat zij het economisch gesproken veel lastiger hebben: één op vijf heeft elke maand moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

DRIE DILEMMA’S

Laten we even de dilemma’s waar PSOE-voorzitter Pedro Sánchez voor staat de revue passeren.

Eén. De PSOE staat vandaag onder hoogspanning. En dus zal Sánchez een weg moeten vinden tussen hen die de partij naar links willen doen opschuiven om de duizenden boze jonge kiezers opnieuw aan boord te krijgen; en hen die de partij verder een pragmatische koers - betrouwbaar, in het centrum - willen laten varen. Zijn eerste politieke stappen als voorzitter waren alvast duidelijk: in tegenstelling tot veel van zijn collega-voorzitters binnen de Partij van Europese Socialisten (PES) weigerde hij de kandidatuur van Jean-Claude Juncker als Commissievoorzitter te steunen. Een vingerwijzing dat de linkse kiezers op hem kunnen rekenen. Een draagvlak scheppen voor een centrumlinks project dat met succes naar de gunst van de kiezer kan hengelen, is echter een veel complexere opdracht.

Twee. In de Spaanse politiek liggen de politieke instellingen en de politieke mores sinds 1978 fel onder vuur. Een toenemend aantal kiezers (en partijen) wil radicaal breken met de bestaande instellingen, terwijl de PSOE en de PP die willen hervormen. In de ogen van Podemos vormen zij echter een ‘kaste’ die hét struikelblok vormt voor fundamentele politieke verandering. Sánchez moet daarom met verregaande politieke en economische hervormingen komen, zonder het verwijt te krijgen zoete broodjes te bakken met de PP, zoals gebeurde met de hervorming van het gerechtelijk apparaat eind 2014. Elke toegeving aan de PP zal als een teken van zwakte worden geïnterpreteerd. En zo blijft het Spaanse politieke landschap ongelooflijk gepolariseerd in de aanloop naar de landelijke verkiezingen van november 2015.

Drie. Ook de Catalaanse kwestie hangt als een molensteen om de hals van Sánchez. Hij zal op dat vlak voorzichtig moeten manoeuvreren, want het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven ontwikkelt zich als een splijtzwam voor het electoraat van de Catalaanse socialisten (PSC). De vergelijking met Schotland ligt voor de hand. Ook in Spanje lopen socialistische kiezers over naar de nationalisten (of naar de partijen die tegen afscheiding zijn) en wordt op die manier een landelijke verkiezingsoverwinning gehypothekeerd. De PSOE wil de Catalanen wel een eind tegemoetkomen en stelt een aantal aanpassingen van de grondwet voor; maar een dergelijke onderhandeling - die botst met de belangen van andere regio’s - kan eveneens een bedreiging vormen voor de samenhang in de partij. De PSOE moet, met andere woorden, een kritische afweging maken: ofwel komt zij de Catalanen inderdaad tegemoet en trotseert zij de toorn van de rechterzijde en mogelijke onrust in andere regio’s; ofwel doet zij dat niet en hypothekeert zij een landelijke verkiezingsoverwinning. Want zonder een goede electorale score van de Catalaanse socialisten (PSC) is dat scenario reëel, zoals in het verleden al is gebleken. Op dit moment zijn de electorale vooruitzichten van de PSC allerminst rooskleurig.

TOCH NOG EEN ANDERE PSOE-VOORZITTER DAN?

Sánchez zal dus oplossingen moeten verzinnen voor die drie kwesties. Het grootste gevaar schuilt echter in zijn eigen partij. Nu de electorale vooruitzichten na een jaar nog altijd niet zo denderend zijn, opperen sommigen dat Sánchez misschien toch niet de meest geschikte kandidaat is om de PSOE naar verkiezingswinst te leiden. Er wordt vooral gekeken naar Susana Diaz, de president van de regio Andalusië, die de PP een forse nederlaag aansmeerde bij de regionale verkiezingen in maart van dit jaar. Ook de PSOE verloor bij die verkiezingen massaal veel stemmen, maar toch wordt Diaz nu gezien als iemand die - na Zapatero - de PP in het zand kan doen bijten.

Bij de vervroegde regionale verkiezingen in Andalusië (maart) tekende zich in elk geval een trend af die we gaan terugvinden bij de volgende regionale (mei) en landelijke (november) verkiezingen: sterk gefragmenteerde parlementen, waarbij nieuwe partijen de sleutel in handen hebben om regeringscoalities te vormen. Paradoxaal genoeg zal vooral de PP daarvan profiteren, aangezien zij er wellicht zal in slagen om op veel plaatsen de eerste partij te blijven. Het kan echter ook zo zijn dat de nieuwe partijen met de PSOE in zee willen gaan.

Kortom, de PSOE staat aan de vooravond van een kolossale verandering. Want ofwel gaat zij na de volgende verkiezingen opnieuw besturen in een aantal regio’s en steden en mag zij hopen op winst bij de landelijke verkiezingen; ofwel loopt zij het risico om niet langer de belangrijkste linkse partij te zijn, vooral in steden zoals Madrid, Barcelona of Valencia. Bij de komende verkiezingen zal niet alleen over het politieke lot van Sánchez worden beslist. Ook het politieke landschap zal in een totaal andere plooi worden gelegd.

Juan Rodriguez Teruel
*Assistent-hoogleraar aan de Universiteit van Barcelona en analist bij de politieke blog Agenda Pública *
(Vertaling: Jan Vermeersch)

State of the Left - PSOE - Spanje

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 91 tot 95