Abonneer Log in

SPD: gevangen in de meerderheid

STATE OF THE LEFT

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 80 tot 85

De onzekerheid neemt toe in de rangen van de SPD. Zit de partij op het juiste spoor nu zij al anderhalf jaar als junior partner fungeert van Angela Merkels CDU/CSU in een grote coalitie? Een politieke paradox ligt aan de basis van het onbehagen: hoewel de SPD de Bondsdagverkiezingen van 2013 duidelijk had verloren, vatte zij het regeringswerk aan met een aanstekelijk optimisme en nieuwe ideeën. Veel fouten heeft de partij sindsdien niet gemaakt en zij bewees ook over een verrassend grote dosis zelfdiscipline te beschikken. Toch blijft de partij in de peilingen ter plaatse trappelen, met zo’n 25 procent van de stemmen. En dus moet zij zich stilaan gaan beraden over haar strategie voor de Bondsdagverkiezingen van 2017.

STATE OF THE LEFT

PvdA: een partij met gebroken benen
Joop van den Berg
PS: à qui la faute?
Frederik Dhondt
SPD: gevangen in de meerderheid
Michael Miebach
Socialdemokraterne: Gucci-Helle
Gijs Schumacher
PSOE: twee uitdagers, drie dilemma's
Juan Rodriguez Teruel

VERANTWOORDELIJK MEEREGEREN...

De start was veelbelovend voor voorzitter Sigmar Gabriel. Hij slaagde erin een zware stempel te drukken op het coalitieakkoord, dat door 76% van de partijleden werd goedgekeurd. Vier op de vijf partijleden nam deel aan de stemming, een nooit geziene oefening in interne democratie. De SPD ging onmiddellijk aan de slag met zaken die er toe doen, zoals een nieuw landelijk minimumloon, vroegtijdige pensionering voor sommige groepen werknemers, een ‘rem’ op huurverhogingen en een vrouwenquotum in de raad van commissarissen van ruim 100 beursgenoteerde bedrijven. Pure sociaaldemocratische politiek dus, die ook buitengewoon in de smaak valt bij de kiezers. Volgens een opiniepeiling gaan niet minder dan 81% van hen akkoord met het minimumloon en de rem op huurverhogingen.

De SPD-ministers kwamen ook beter voor de dag dan de oude paarden van de CDU/CSU: met Manuela Schwesig, de jonge succesvolle minister van Gezinszaken; met Aydan Özuguz, verantwoordelijk voor Integratie en Migratie en de eerste minister van Turkse origine; met Heiko Maas, de jonge minister van Consumentenzaken; met Frank-Walter Steinmeier, een ‘echte minister van Buitenlandse Zaken’, zoals op het betrokken ministerie wordt verteld; en natuurlijk met Sigmar Gabriel, minister van Economische Zaken en Energie, een portefeuille die hem de mogelijkheid biedt om uit te blinken en aan te tonen dat de Duitse economie bij hem in goede handen is.

... MAAR DE KIEZER IS NIET OVERTUIGD

Toch hebben al die inspanningen de kiezer blijkbaar niet overtuigd. De partijpolitieke verhoudingen zijn een beetje ‘bevroren’: de resultaten van de peilingen wijken immers nauwelijks af van de resultaten van de verkiezingen van 2013, met de CDU/CSU in de buurt van 42%, de Groenen en Die Linke tussen 9 à 10%, en de populistische AfD (Alternative für Deutschland) tussen 5 en 6%. Dat de resultaten van de peilingen voor de SPD niet bevredigend zijn, heeft verschillende redenen.

Eén. Deze regering is bijzonder populair, vooral in vergelijking met de conservatief-liberale coalitie die het land bestuurde tussen 2009 en 2013, en de vorige grote coalitie (2005-2009). Tevreden kiezers zijn niet (snel) geneigd om hun stemgedrag aan te passen. En zeker niet als Angela Merkel er wonderwel in slaagt om de pluimen van andermans projecten - die van de SPD dus - op haar hoed te steken.

Twee, en belangrijker. Nationale kwesties krijgen nu minder aandacht door de internationale conflicten (Rusland, Syrië) en de sores in de eurozone. Terwijl vicekanselier Sigmar Gabriel zich met de minder aangename kanten van het energiedossier (‘Energiewende’) moet bezighouden, glorieert Angela Merkel als een zeer gerespecteerd wereldleider.

Drie. De SPD mag dan wel haar beloftes inzake sociale politiek en de hervorming van de verzorgingsstaat zijn nagekomen, het beeld is veel minder consistent wanneer het gaat over economische kwesties of moderniseringsprocessen. Er is bijvoorbeeld nogal wat interne controverse over gegevensbewaring en over de Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de VS (TTIP). Wat zijn de standpunten van de SPD over die kwesties? Wel, het hangt ervan af met wie je spreekt - en wanneer.

Vier. De burger voelt zich vandaag ook wat minder veilig. Zestig procent van de mensen hebben de indruk dat de misdaad stijgt in Duitsland, en ook de schrik voor radicaal-islamitische groeperingen neemt toe. Zulke gevoelens spelen duidelijk in de kaart van de conservatieven, wier aanpak op dat vlak traditioneel het meest gewaardeerd wordt door de kiezer.

TWEE MOEILIJKE DOSSIERS

Sommigen in de SPD vinden nu dat de partij meer smoel moet krijgen en het conflict met haar coalitiepartner moet opzoeken - een strategie waarvan wellicht alleen de CDU/CSU zou profiteren, aangezien de volgende Bondsdagverkiezingen pas plaatsvinden in de herfst van 2017. The Economist had het dan ook bij het rechte eind toen het opmerkte dat de ‘SPD zo in haar eigen voet dreigt te schieten, want trachten om tegelijk te regeren en oppositie te voeren, zorgt voor verwarring bij de kiezers en doet haar onbetrouwbaar overkomen’.

Eurozone

De houding van de sociaaldemocraten inzake de crisis in de eurozone illustreert het dilemma - of één van de dilemma’s - waarmee de SPD worstelt. Veel commentatoren in Europa hadden verwacht dat de SPD openlijker afstand zou nemen van de soberheidspolitiek van Angela Merkel en met een andere Europese benadering zou uitpakken, lees: meer doortastende maatregelen op het macro-economische vlak zou bepleiten. Dat is niet gebeurd. Deze kwestie heeft wel heel wat discussie losgeweekt bij sociaaldemocratische economen en politieke wetenschappers - de Friedrich Ebert Stiftung heeft zopas Mark Blyth, een tegenstander van die soberheidspolitiek, beloond met een prijs; in de praktijk restte de SPD echter geen andere keuze dan zich aan te sluiten bij de koers die door Merkel en haar minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, werd uitgestippeld. Die kan overigens rekenen op massaal veel bijval bij de Duitse kiezer. Ook vrijwel alle Duitse media staan er achter. De SPD heeft in het verleden meerdere keren geprobeerd ‘de stem van de rede’ te vertolken, maar veel weerklank heeft die bij de Duitse publieke opinie niet gevonden. Toen de SPD onder de vorige legislatuur voorzichtig opperde dat eurobonds een optie konden zijn, riep dat een heftige reactie op. Met die ervaring in het achterhoofd weet men intussen bij de SPD dat met kritiek op Merkels beleid inzake de eurozone selectief en spaarzaam moet worden omgesprongen.

De manoeuvreerruimte voor de SPD inzake Europese politiek wordt ook nog op een andere manier aanzienlijk beperkt. Zoals Anke Hassel van de Hertie School of Governance heeft opgemerkt, zijn kiezers uit de middenklasse ervan overtuigd dat de huidige economische welvaart het resultaat is van pijnlijke sociale en economische hervormingen, een strikt begrotingsbeleid en loonmatiging. Zij meent dat ‘geen enkel aantrekkelijk centrumlinks verhaal daar tegen op gewassen is, en dat er ook geen beleidsruimte is om Europese solidariteit te combineren met het einde van de soberheidspolitiek’. Dat minstens drie partijen het traditionele sociaaldemocratische kiezerspubliek daarbij proberen in te palmen, doet de SPD ook geen deugd - de CDU/CSU gaat voor de middenkiezer, Die Linke valt de linkerflank van de SPD voortdurend aan en dan is er ook nog de populistische AfD.

Het is een spijtige zaak dat de nieuwe Griekse regering geen bruggen wil bouwen. Met haar provocaties, pogingen tot chantage en verregaande amateuristische aanpak, heeft zij de SPD in de armen van Merkel gedreven. Volgens een nieuwe opiniepeiling vindt een meerderheid van de Duitsers (52%) dat Griekenland uit de eurozone moet. En 82% betwijfelt of de Griekse regering de beloofde hervormingen en soberheidsmaatregelen ook effectief zal uitvoeren.

Overheidsinvesteringen

Een ander voorbeeld zijn de overheidsinvesteringen. Veel Europeanen vinden dat de Duitse regering moet investeren in infrastructuur, om de binnenlandse vraag te stimuleren en het overschot op de betalingsbalans te doen dalen. Volgens de Duitse grondwet moeten schulden en investeringen echter in evenwicht zijn. De ‘strikte naleving’ van die bepaling staat ook in het coalitieakkoord dat de CDU/CSU en de SPD hebben gesloten. Dat akkoord zegt verder dat de uitgaven van 2015 (en de daaropvolgende jaren) niet met nieuwe leningen zullen worden gefinancierd - een doelstelling die niet alleen door de CDU/CSU maar ook door de SPD en de Groenen wordt onderschreven en die in het verkiezingsmanifest van de SPD stond. Alle belangrijke partijen - met uitzondering van Die Linke - vinden dat een structureel tekort van meer dan 0,35 % van het bruto binnenlands product uit den boze is. De meerderheid van de publieke opinie is ook die mening toegedaan, want een recente opiniepeiling wijst uit dat 62% van de ondervraagden vindt dat de overheid zich niet dieper in de schulden mag steken bij een slabakkende economie; slechts 34% vond dat wel kunnen. Begin maart besliste de Duitse regering om 15 miljard euro te investeren in lokale besturen en infrastructuurwerken. Meer extra-uitgaven lijkt de regering zich op dit moment niet te kunnen veroorloven.

HET GEVECHT OM DE ‘MIDDENGENERATIE’

De SPD worstelt niet zozeer met het regeringswerk. Het echte probleem ligt elders, zoals ook Peer Steinbrück, de kanselierskandidaat in 2013, schrijft in zijn nieuw boek: de partij slaagt er niet in om strategische conclusies te trekken uit haar nederlaag bij de laatste Bondsdagverkiezingen. Toen is vooral gebleken dat de SPD onvoldoende steun wist te genereren in de leeftijdsgroep tussen 25 en 45, en bij vrouwelijke kiezers. Ook recent onderzoek naar wat de kiezer vindt van de SPD, wijst uit dat zij haar kernwaarden wat heeft verwaarloosd en ‘onvoldoende geïnteresseerd is in de levensomstandigheden van de werkende middenklasse’.

De partijleiding wil dan ook met voorstellen komen om de banden met de ‘middengeneratie’ - mensen in ‘de spitsuur van het leven’ - aan te halen. Er is meer aandacht gewenst voor hen die ‘hard werken en de regels respecteren’, er met moeite in slagen om werk en een gezinsleven te verzoenen, en er soms de zorg voor hun ouders moeten bijnemen.

Veel van die mensen vinden dat de regering wat moet doen aan de sociale ongelijkheid; zij zijn voorstander van het wettelijk minimumloon en een verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd. Zij hebben echter niet de indruk dat die maatregelen ook een positieve impact hebben op hun leven. Deze generatie wil vooral dat de sociale mobiliteit niet langer stagneert en het onderwijs wordt verbeterd, zodat hun kinderen het later even goed hebben als hen. Het valt af te wachten of dat gevecht om de ‘middengeneratie’ er de SPD opnieuw kan bovenop helpen. Zowel in de parlementsfractie als in de hoogste partijorganen zijn er alvast uitvoerige discussieoefeningen gestart om een vooruitstrevend beleid voor de periode na 2017 uit te tekenen.

DRIE STRATEGISCHE UITDAGINGEN

Een andere belangrijke conclusie is echter dat winst bij verkiezingen niet alleen een kwestie is van een goed programma en verstandige beleidskeuzes. De SPD moet ook adequaat reageren op (minstens) drie strategische uitdagingen.

Eén. De partij moet duidelijkheid verschaffen over kwesties die haar kwetsbaar maken. We hebben het dan over binnen- en buitenlandse veiligheid, financiële stabiliteit in de eurozone en minder bureaucratische rompslomp voor de Mittelstand. Op die terreinen zal de SPD er wellicht niet in slagen om de conservatieven echt naar huis te spelen, maar zij moet wel snel kunnen reageren en coherente antwoorden formuleren als één van die kwesties actueel wordt.

Twee. Tussen nu en eind 2016 moet de SPD klaarheid scheppen over de wenselijkheid van een coalitieregering met de Groenen en Die Linke, want rekenkundig gesproken kan zij wellicht alleen op die manier het ambt van kanselier claimen in 2017. Zoals het er nu naar uitziet, zou een rood-rood-groen project zeer grote risico’s inhouden, niet in het minst omdat Die Linke recentelijk meer en meer anti-westerse, anti-moderne en pro-Russische standpunten inneemt. Toch is er ook een straaltje hoop voor de voorstanders van een dergelijke coalitie: sinds december 2014 is er namelijk één aan de macht in de kleine deelstaat Thüringen, onder de leiding van de eerste minister-president van Die Linke, Bodo Ramelow, één van de meest gematigde politici van die partij en iemand die ongetwijfeld nog aan invloed zal winnen. Mocht het rood-rood-groen project inderdaad een onrealistische optie blijken te zijn en de CDU/CSU onverminderd populair blijven, dan moet de SPD nadenken over een meer reële doelstelling bij de verkiezingen van 2017; d.w.z. zij moet dan niet langer de kanselierssjerp ambiëren, maar er alles aan doen om een coalitie van de CDU/CSU met de FDP of de AfD onmogelijk te maken. Dat lijkt ons een betere aanpak, die alvast het voordeel heeft dat vervelende vragen over de ‘machtskwestie’ bij voorbaat in de kiem kunnen worden gesmoord.

Drie. Zelfs indien de SPD zo ‘nederig’ zou zijn om niet voor het kanselierschap te gaan, blijft het een open vraag wie de partij in de campagne gaat leiden. De positie van partijvoorzitter Sigmar Gabriel is onomstreden, maar hij worstelt wel met zijn imago, wordt wispelturigheid verweten en slaagt er niet in om zijn populariteit op te krikken. Minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier zou een alternatief kunnen betekenen, want zijn populariteit is wel toegenomen door zijn land met vaste hand door een moeilijke internationale situatie te loodsen, en ook omdat hij een nier afstond aan zijn vrouw. Zijn probleem is echter dat hij de verkiezingen van 2009 verloor, als kanselierskandidaat, en dat de SPD destijds een historische nederlaag leed (23%). Dat kon hem niet alleen worden aangerekend. Wel werd toen duidelijk dat hij eerder een diplomaat is en niet zozeer een campagneleider.

Als zowel Gabriel als Steinmeier neen zeggen tegen een eventuele kandidatuur, dan is het niet ondenkbaar dat Olaf Scholz naar voren wordt geschoven. Scholz werd in februari van dit jaar herkozen als burgemeester van Hamburg, met niet minder dan 45,7% van de stemmen. Dat is een uitstekend resultaat, in de tweede grootste stad van Duitsland (1,8 miljoen inwoners), die als één van de motoren van de Duitse economie geldt. Scholz haalde de banden aan met de plaatselijke ondernemers, maar was ook voorstander van een realistisch sociaal beleid. Hij zorgde bijvoorbeeld voor nieuwe impulsen inzake sociale huisvesting. Na vijf jaar werd de Hamburgse SPD niet alleen beschouwd als de nummer één inzake sociale politiek; zij werd evenzeer geprezen voor haar economisch beleid en haar werkgelegenheidspolitiek.

Het lijdt weinig twijfel dat de strategie van Scholz - onmiskenbaar gaan voor de ‘hardwerkende’ middenkiezer en niet voor de linkse kiezer - heeft gewerkt. De SPD zou er goed aan doen die aanpak te bestuderen en er lessen uit te trekken, zelfs indien Scholz geen kandidaat-kanselier zou zijn.

Michael Miebach
Hoofdredacteur van het tijdschrift Berliner Republik
(Vertaling: Jan Vermeersch)

State of the Left - SPD - Duitsland

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 80 tot 85