Abonneer Log in

Ambtenaren: gemakkelijke prooi voor besparingsdrift

VERLIEZERS VAN HET REGERINGSBELEID

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 6 (juni), pagina 31 tot 35

De regering-Bourgeois stelt duidelijk dat ze voorstander is van een terugtredende overheid. Het overheidsapparaat is veel te omvangrijk en moet worden afgeslankt. Afslanken op zich is niet negatief, maar is dit wel als het gepaard gaat met een ongezond hongerdieet. Tijdens de laatste jaren van mijn loopbaan als topambtenaar zag ik de Vlaamse administratie evolueren van een warm werkgeverschap naar een arm werkgeverschap. Vandaag zijn met name de ambtenaren een gemakkelijke prooi voor de besparingsdrift.

VERLIEZERS VAN HET REGERINGSBELEID

Armen: in de hoek waar de klappen vallen
Frederic Vanhauwaert
Jongeren: gestraft door ideologische keuzes
Jaro Verberck
Vrouwen: dupe van de pensioenhervorming
Celien Vanmoerkerke
Zieken: de stok werkt niet
Evelyne Hens
Ambtenaren: gemakkelijke prooi voor besparingsdrift
Dirk Van Melkebeke

Ik ben een groot bewonderaar van econome Mariana Mazzucato. In haar boek De ondernemende staat (2013) toont ze aan dat de overheid een belangrijke rol te spelen heeft bij het tot stand komen van innovatie in het economisch gebeuren en dat veel succesvolle bedrijven, zoals Apple, teren op het door de overheid gefinancierd en uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek. Ook Mazzucato zou het moeilijk hebben met de houding van de regering-Bourgeois om geen prioriteiten te leggen bij het inzetten van overheidsmiddelen voor wetenschap en innovatie. In tijden van schaarste moeten overheidsmiddelen prioritair ingezet worden in sectoren die echt een antwoord bieden op de maatschappelijke uitdagingen. De overheid dient sturend op te treden in een richting die maatschappelijk wenselijk is.

Het was van bij de start van de regering-Bourgeois echter duidelijk dat men anders met de ambtenarij zou omgaan dan voorheen, dat men er meer greep op wenste te krijgen. Teken aan de wand was het feit dat de voorzitters van de managementcomités (zeg maar de verzamelde leidinggevende ambtenaren per beleidsdomein) niet langer meer door deze comités zelf aangeduid worden maar door de regering. De ‘politieke evenwichten’ speelden zo zwaarder dan dat de voorzitter door zijn collega’s ook effectief in die rol werd erkend. Eveneens tekenend voor deze attitude waren de uitvallen van ministers richting de ambtenarij als er iets fout loopt. De verantwoordelijkheid wordt zonder blikken of blozen doorgeschoven naar de administratie. Denk aan de uitval van minister-president Geert Bourgeois vorig jaar bij de opmaak van de begroting richting (de federale) administratie die belangrijke cijfers te laat zou hebben doorgegeven. Of, recenter nog, de uitval op 10 mei van minister Liesbeth Homans richting de Vlaamse diversiteitsambtenaar over het feit dat het Vlaamse integratiepact op zich liet wachten.

De regering versterkt het buikgevoel bij veel mensen dat er vanuit gaat dat ambtenaren overbetaald zijn, dat ze een te hoog pensioen krijgen, dat ze liever lui dan moe zijn en dat ze vasthouden aan een verstarde organisatie. Besparingen op de administratie vinden hierdoor eerder bijval dan dat er kritisch bij stilgestaan wordt.

GEMAKKELIJKE PROOI

In dit nummer van Sampol wordt de trieste lijst verliezers van het huidige regeringsbeleid opgemaakt, en daarbij mogen we de ambtenaren dus zeker niet vergeten. Ze zitten op de schopstoel. Bovendien worden de ambtenaren niet alleen als individu evenzeer getroffen door regeringsmaatregelen die de bevolking raken (zoals indexsprongen, Turteltaksen, prijsstijgingen, enzovoort), maar voor hen is er natuurlijk één maatregel die er uitspringt: de hervorming van het pensioenstelsel. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de maatregelen binnen de verschillende overheidssectoren zullen worden vertaald, maar één ding staat vast: de ambtenaren zullen morgen een stuk langer moeten werken dan vandaag het geval is voor hetzelfde, zo niet lager, pensioen.

De contractuele ambtenaren zijn er nog het slechtst aan toe. Ze kunnen enkel aanspraak maken op een wettelijk privé-pensioen. Weliswaar wordt er recent aarzelend begonnen aan de uitbouw van een tweede pensioenpijler voor deze categorie, maar voor velen zal dit te laat komen.

Laat ons, ten slotte, niet vergeten dat bij de Vlaamse overheid ook de variabele verloning niet meer bestaat. De toekenning van de managementtoelage en de functioneringstoelage (al dan niet in groepsverband) werd opgeschort. Daardoor werd het enige perspectief op een mogelijke jaarlijkse loontoeslag voor goed presterende ambtenaren afgeschaft.

KOPPEN SNELLEN

U merkt het al: ondergetekende is geen voorstander van de huidige besparingen bij de administratie. Uiteraard moet er spaarzaam omgesprongen worden met het geld van de belastingbetaler. Het is de plicht van de regering en de leidinggevende ambtenaren om er op toe te zien dat de administratie zo efficiënt mogelijk haar opdracht ten dienste van de bevolking uitvoert. Daartoe moet de organisatie permanent tegen het licht gehouden worden en nagegaan worden hoe de middelen op de meest effectieve wijze kunnen worden ingezet.Afslanken op zich is niet negatief, maar is dit wel als het gepaard gaat met een ongezond hongerdieet.

De regering besliste dat er tijdens de legislatuur 2015-2019 lineair 1.500 koppen moeten worden bespaard bij het personeelsbestand van de Vlaamse administratie. Voor de goede orde: onder de vorige Vlaamse regeringen (met socialisten) werd ook op koppen bespaard. Toen was 6,67% minder koppen de doelstelling. De bijkomende 1.500 te besparen koppen betekent nagenoeg een verdubbeling van de vorige doelstelling. Alleen: deze regering besliste ook om de kritische massa, waarop deze besparing van toepassing is, in te krimpen. Daardoor wordt de opdracht voor de resterende entiteiten veel zwaarder. Voor het departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI), waar ik de voorbije jaren aan het hoofd stond, houdt dit een besparing in van 20% minder personeel op het aantal koppen ten opzichte van 2009. Het hoeft geen betoog dat de uitvoering van zijn opdracht inzake beleidsvoorbereiding, -monitoring en -evaluatie zwaar onder druk komt te staan, zo niet onmogelijk wordt.

Bovendien heeft deze regering het gepresteerd om de leidinggevenden die hun doelstellingen van de vorige legislatuur niet haalden niet ter verantwoording zijn geroepen. Dit getuigt van onbehoorlijk management. Daarbovenop werden degenen die meer bespaarden dan de voorziene 6,67% daardoor dubbel gestraft. De teller werd bij het begin van deze legislatuur immers gewoon op nul gezet om de spreiding van de 1.500 te besparen koppen over de verschillende entiteiten te bepalen.

Het resultaat van deze rigoureuze lineaire besparingsmaatregel is dat leidinggevenden zich organiseren om toch hun kerntaken naar behoren te kunnen uitvoeren. Er wordt, met andere woorden, meer uitbesteed.

Ik geef een voorbeeld. Eén van de kerntaken van een departement moet mijns inziens het uitschrijven van decreten en besluiten zijn. Hiertoe moet men kunnen investeren in het aantrekken van goede juristen. Door de besparingen op koppen lukt dit niet. Er wordt dan maar gewerkt met het inhuren van dure advocatenbureaus. Deze kosten vind je immers niet terug in de personeelsbudgetten maar zitten verstopt in de werkingskosten. Deze uitgaven bezwaren de besparingsopdracht op koppen niet.

Ook het outsourcen van talrijke andere functies, denk aan beveiligingsfirma’s, heeft vooral tot gevolg dat de overheid nu bovenop de wedde van de nieuwe mensen die dezelfde taak uitvoeren aan doorgaans een gelijkaardig inkomen ook nog eens de winst van het bedrijf én 21% btw moet betalen.

NOG RUIMTE TOT BESPAREN?

De regering stelt echter dat er binnen de Vlaamse administratie, naast de reeds opgelegde besparingen, nog extra ruimte is tot besparen. Ze schuift hiervoor twee instrumenten naar voor om deze te realiseren: de digitalisering en de kerntakenplannen.

Digitalisering

De ambitie van het regeringsproject ‘Radicaal digitaal’ is dat tegen 2020 alle transacties van de overheid met de burger, bedrijven en lokale besturen (en vice versa) via digitale weg mogelijk worden.

In het digitaliseren van interne diensten en in de dienstverlening naar de bevolking toe zitten zeker veel mogelijkheden om efficiëntiewinsten te boeken en tegelijkertijd een verbetering van de dienstverlening te realiseren. Denk aan het feit dat je bij de apotheker niet langer een SIS-kaart nodig hebt, maar dat alle verrichtingen kunnen verlopen via de gewone identiteitskaart. Of denk aan het invoeren van digitale facturatie bij de overheid die een vlotte betaling van facturen mogelijk moet maken.

Dergelijke ommekeer in de organisatie van diensten en in de relaties met de burger vergt in de aanvangsfase een serieuze investering in hard- en software. De vraag rijst echter hoe je dergelijke ambitie kan rijmen met de besparingen op de werkingsmiddelen bij de Vlaamse administratie. Bij de opmaak van de begroting werden er 10% werkingsmiddelen geschrapt. De globale besparingsopdracht van 100 miljoen euro tijdens deze legislatuur op personeel- en werkingskosten doet bij vele verantwoordelijken de vraag rijzen hoe ze in ‘s hemelsnaam deze ommezwaai kunnen realiseren.

Het Deense voorbeeld maakt duidelijk dat, als je als overheid wil dat iedereen mee is, je zwaar moet investeren in de backoffice en in het sociale weefsel van de samenleving om er voor te zorgen dat niemand uit de boot valt. De besparingsaanpak van deze regering houdt de facto een ernstig risico in dat een samenleving met twee snelheden ontstaat.

Kerntakenplannen

De administratie heeft, op vraag van de regering, de oefening gemaakt om haar takenpakket tegen het licht te houden. Bedoeling is om via dit kerntakenplan na te gaan wat er zoal kan worden afgebouwd en wat niet. Aangezien er weinig taken van de overheid totaal onnuttig zijn, is die afbouw een verdoken privatisering. Met leuk meegenomen effect dat die taken voortaan niet meer door ambtenaren worden uitgevoerd, maar door contractuelen met een zwakker statuut.

Er werden een aantal voorstellen gedaan tot afbouw, zoals het afstoten van de psychiatrische instellingen in Geel en Rekem (die zich nu al in de buitenbaan van het Vlaamse overheidszonnestelsel bevinden), maar voor het overige zijn de resultaten voor de kernadministratie redelijk ontnuchterend. De staatshervorming heeft heel wat extra opdrachten gecreëerd voor de administratie. Bij wijze van boutade staan er tegenover één af te bouwen activiteit telkens drie activiteiten die moeten worden versterkt. Wie hoopte dat er hier veel te halen viel inzake te besparen koppen, kwam bedrogen uit. De koppen die vrijkomen uit de af te bouwen activiteiten, worden prioritair ingezet om de gaten op te vullen en om de werking te verzekeren.

WARM WERKGEVERSCHAP VER ZOEK

Om haar opdracht waar te maken beschikt de Vlaamse administratie over MOD’s. Dat zijn Management Ondersteunende Diensten om de personeelsdossiers te beheren, de boekhouding te verzorgen, het transport te organiseren, de vergaderzalen te beheren, de poetsdienst, de catering, enzovoort. Deze MOD’s zijn deels verbonden aan één of meerdere beleidsdomeinen en deels al centraal georganiseerd (zoals de poetsdienst). De regering-Peeters II besliste om een fusie van deze MOD’s door te voeren waarbij de limiet werd vooropgesteld dat elke MOD minimaal 2.000 personeelsdossiers moest beheren. De regering-Bourgeois heeft deze operatie met één pennentrek geannuleerd. Ze koos ervoor om alles te organiseren door de creatie van vier centrale dienstverleners: personeel, boekhouding, logistiek en IT.

Een organisatorisch detail? Onderschat het belang van deze diensten niet om de werking van de administratie vlot te laten verlopen. Als het beheer van de vergaderzalen in het Ellipsgebouw, waar 1.500 Vlaamse ambtenaren zijn ondergebracht, in de soep draait dan hypothekeert dat danig de werking van de administratie. Ook de nabijheid en de aanspreekbaarheid van deze diensten is van belang om een kwalitatieve dienstverlening te garanderen, zeker als er zich een probleem voordoet.

Bepaalde diensten, zoals de poetsdienst, worden nu al centraal verzorgd door het Agentschap voor Facilitair Management. Als de evolutie in de geleverde dienstverlening, als gevolg van de besparingen, model staat voor de dienstverlening van de toekomst dan hou ik mijn hart vast. Ik geef enkele voorbeelden. Het vervangen van koffie in de vergaderzalen door enkele koffieautomaten verderop zorgt voor veel tijdverlies door het aanschuiven van mensen aan deze automaten. In sommige gebouwen worden de beter betaalde universitairen ook nog gevraagd om de vuile kopjes in afwasmachines te stoppen en ze nadien daar ook uit te halen. Puur aan uurlonen is dat ongetwijfeld duurder dan de ‘koffiemadam’ van vroeger. Ook het beperken van het aantal vuilnisbakken op de werkvloer zorgt voor tijdverlies (ik heb eens omgerekend hoeveel dit tijdverlies kostte voor de personeelsleden van mijn departement: ik kwam op een factuur van zo’n 5.000 euro per jaar!). Helemaal ridicuul wordt het als we te horen krijgen dat de ondersteuning vanuit het Agentschap voor Facilitair Management bij de ontvangst van buitenlandse delegaties beperkt wordt tot 16 uur en dat er daarna gefactureerd wordt. Het zijn allemaal zaken die ergernis opwekken bij de ambtenaren, en waar de macro-budgettaire weerslag hoogst bedenkelijk is. Voor veel aspecten lijkt de factuur hoger uit te draaien dan vroeger, maar de slogans (‘minder ambtenaren’) zijn blijkbaar politiek meer waard.

Maar er zit ook iets fundamenteel fout. Neem het volgende incident: een poetsvrouw had zich verwond aan een glazen fles en panikeerde toen men er een dokter bij wilde haalde. Ze was bang om ontslagen te worden, aangezien laaggeschoolden binnen de Vlaamse administratie op de schopstoel zitten. Dat laatste is een foute evolutie. De vraag is legitiem: is het afstoten van dit soort jobs voor laaggeschoolden, die het al moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, wel de juiste houding in tijden van slabakkende werkloosheidscijfers? De Nederlandse regering heeft precies het omgekeerde gedaan. Ze heeft opnieuw zelf mensen aangeworven voor poetswerk en dergelijke meer. Precies in het kader van een beleid dat laaggeschoolden meer kansen moet bieden op de arbeidsmarkt.

De Vlaamse overheid heeft zich steeds graag opgesteld als een warme werkgever. Die is hier vandaag ver zoek. Ik vrees dat de Vlaamse administratie aan het evolueren is van een warm werkgeverschap naar een arm werkgeverschap.

Dirk Van Melkebeke
Voormalig topman van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI)

ambtenaar - Bourgeois I - besparingen - overheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 6 (juni), pagina 31 tot 35