Abonneer Log in

Zieken: de stok werkt niet

VERLIEZERS VAN HET REGERINGSBELEID

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 6 (juni), pagina 20 tot 30

De regering-Michel riskeert met zijn harde aanpak van de ziekte-uitkeringen in de eigen staart te bijten. De forse stijging van de uitgaven voor arbeidsongeschiktheid is zo vooral te wijten aan een groeiende beroepsbevolking en een aantal beleidsmaatregelen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd, die dit fenomeen versterken. Mensen in arbeidsongeschiktheid zien hun zorgfactuur verviervoudigen, en lopen een hoger risico op bestaansonzekerheid. Ten slotte blijkt dat de meeste arbeidsongeschikten terug aan de slag gaan na een korte arbeidsonderbreking wegens ziekte.

VERLIEZERS VAN HET REGERINGSBELEID

Armen: in de hoek waar de klappen vallen
Frederic Vanhauwaert
Jongeren: gestraft door ideologische keuzes
Jaro Verberck
Vrouwen: dupe van de pensioenhervorming
Celien Vanmoerkerke
Zieken: de stok werkt niet
Evelyne Hens
Ambtenaren: gemakkelijke prooi voor besparingsdrift
Dirk Van Melkebeke

De stok. Dat woord kan je plakken op het beleid dat de regering-Michel hanteert voor de ziekte-uitkeringen, zowel voor de primaire arbeidsongeschiktheid (het eerste jaar ziekte) als voor invaliditeit (langer dan een jaar ziek). Bij elke begrotingsopmaak, bij elke begrotingscontrole en met de regelmaat van de klok via allerhande proefballonnetjes worden maatregelen die strenger moeten controleren, harder moeten ingrijpen, meer moeten responsabiliseren, meer moeten uitsluiten, de uitkeringen moeten doen verminderen, … gelanceerd. Met evenveel snelheid worden de stoer aangekondigde maatregelen vaak weer ingetrokken wegens onhaalbaar, ondoordacht of met averechts effect.

Bij de recentste begrotingscontrole was het weer prijs. Een hele rist maatregelen in de ziekte-uitkeringen werden genomen, goed voor een geraamd prijskaartje van zo’n 390 miljoen euro tegen 2018. Op de tafel ligt een gerichte ‘herkeuring’ (het woord alleen al) van de erkenningen arbeidsongeschiktheid, het aanzetten van mensen in arbeidsongeschiktheid tot het hervatten van het werk via vragenlijsten, gesprekken en begeleiding, het opvoeren van de strijd tegen sociale fraude, het herbekijken van het referentieloon waarop de uitkering berekend wordt en het responsabiliseren van zowel werkgevers als werknemers.

De bekommernis om zoveel mogelijk mensen uit ziekteverlof te halen, delen we. Niemand is graag ziek, niemand zit graag ziek thuis, en als het werk aangepast, haalbaar en uitdagend is, draagt dit vaak bij tot herstel. Een beleid dat échte fraude aanpakt, verdient ondersteuning en het is meer dan terecht om ook de werkgevers op hun verantwoordelijkheid te duiden. Ervaring en onderzoek tonen keer op keer aan dat heel veel werkgevers niet zitten te wachten om een zieke werknemer (deels) terug aan de slag te laten gaan, noch om maatregelen te nemen om het werk aangenaam en haalbaar te maken rekening houdend met de persoonlijke en gezondheidssituatie van een werknemer.

Het is ook niet onlogisch dat de regering de loep legt over deze sector. De uitgaven stijgen snel en het aantal mensen dat om psychosociale redenen in ziekteverlof is, is onrustwekkend hoog. Een aantal sprekende cijfers ter zake:1

  • De primaire arbeidsongeschiktheid was in 2015 goed voor een budget van 1,5 miljard euro, een verdubbeling t.o.v. tien jaar geleden.
  • Een kleine 300.000 Belgen waren in 2013 meer dan een jaar in ziekteverlof tegenover 245.000 vier jaar vroeger.
  • Psychische stoornissen zijn de belangrijkste reden voor invaliditeit, goed voor 104.000 personen t.o.v. 83.000 vier jaar eerder.
  • De invaliditeit was in 2013 goed voor een budget van een kleine 4 miljard euro t.o.v. 2,85 miljard euro vier jaar vroeger.

Volgens een recente studie van SDWorx maken langdurige afwezigheden wegens ziekte van meer dan een maand 3% van de normaal gepresteerde werkdagen uit; een cijfer dat sinds een tiental jaren constant stijgt.

Dus ja, die evolutie doet tal van vragen rijzen:
- Op het vlak van de gezondheid: hoe kan men de risico’s (onder meer van psychosociale aard) voorkomen en de gevolgen van die risico’s beperken?_ _
- Op sociaaleconomisch vlak: hoe kan men de arbeidsongeschikte persoon begeleiden om zijn sociaal-professionele herinschakeling te vergemakkelijken?
- Op maatschappelijk vlak: hoe kan men het evenwicht tussen werk en privéleven herstellen?

De hamvraag is evenwel of de stok van de regering-Michel het juiste antwoord is. Houdt ze voldoende rekening met de achterliggende oorzaken van de stijging? Houdt ze voldoende rekening met de draagkracht van de werknemers? Houdt ze voldoende rekening met de averechtse effecten van haar beleid? Houdt ze voldoende rekening met de haalbaarheid op het terrein? De vragen stellen, is ze beantwoorden.

Deze regering benadert de problematiek hoofdzakelijk vanuit een budgettair oogpunt en lanceert maatregelen gebaseerd op vooroordelen2 die wijdverspreid zijn in de publieke opinie.3 Zo zou een meerderheid van de Belgen van oordeel zijn dat de personen in ziekteverlof perfect in staat zijn om te werken of dat er onvoldoende controle wordt uitgeoefend op wie arbeidsongeschikt is of wordt.

Het Socialistisch Ziekenfonds voerde een studie4 uit naar het sociaal en medisch profiel van de arbeidsongeschikten en hun gebruik van de gezondheidszorg. De resultaten werpen een nieuw licht op de arbeidsongeschiktheid. Ze nuanceren een aantal vooroordelen van deze nog steeds onvoldoende gekende sector van de sociale zekerheid.

MEER MENSEN IN ZIEKTEVERLOF OF TOCH NIET?

Het is gemeengoed te stellen dat de kosten voor arbeidsongeschiktheid de pan uit swingen omdat steeds meer mensen afwezig zijn wegens ziekte. Dat klopt evenwel niet. Het percentage arbeidsongeschiktheid (t.o.v. de actieve bevolking) is relatief stabiel gebleven: van 12,2% naar 13,3% tussen 2003 en 2012.

De redenen voor de stijging van de kosten voor arbeidsongeschiktheid zijn de volgende:

  1. Het aantal rechthebbenden op een arbeidsongeschiktheidsuitkering is aanzienlijk toegenomen (Figuur 1). De hogere aanwezigheid van vrouwen op de arbeidsmarkt en de geleidelijke optrekking van hun pensioenleeftijd tussen 1997 en 2009 zijn hier de belangrijkste verklaringen. Met de leeftijd stijgt het risico op arbeidsongeschiktheid, zeker bij zware beroepen. Het verlengen van de pensioenleeftijd verhoogt dit risico. De toenemende druk werk-vrije tijd combinatie slaat dan weer toe in alle leeftijdscategorieën.

Figuur 1: Evolutie van het aantal personen in primaire arbeidsongeschiktheid, 2003-2012. (Bron: Socmut)

  1. De gemiddelde duur van de arbeidsongeschiktheid is fors gestegen. Tussen 1998 en 2013 is die gestegen van 56 naar 75 dagen bij de mannen (+34%) en van 61 naar 83 dagen bij de vrouwen (+37%).5 Die evolutie is het gevolg van enerzijds een veroudering van de beroepsbevolking (oudere werknemers zijn gemiddeld minder vaak maar wel langer ziek dan hun jongere collega’s - o.a. chronische ziektes), en anderzijds de toename van nieuwe ziektebeelden, vooral psychische en mentale stoornissen, die een langere arbeidsonderbreking in de hand werken.

  2. Tot slot is de gemiddelde arbeidsongeschiktheidsuitkering opwaarts bijgesteld, van 29,94 euro per dag in 1998 naar 45,84 euro per dag in 2013 (+53%).6 Dit is onder meer te danken aan de maatregelen voor welvaartsbinding van de sociale uitkeringen en de aanpassing van de plafonds en de minimumbedragen van de uitkeringen over die periode.

ECHT ZIEK OF NIET?

Ziekteverlof is geen keuze. Uit onze analyses blijkt dat de arbeidsongeschikten kampen met een fors verslechterde gezondheidstoestand. Voor de meesten onder hen gaat hun gezondheid achteruit tijdens de maanden voor de arbeidsonderbreking. Er bestaat een sterke correlatie tussen de gezondheidstoestand en de duur van de arbeidsongeschiktheid.

Meer bezoeken aan de huisarts

Niet verrassend hebben ze veel meer contact met de huisarts. Uit Figuur 2 blijkt dat de frequentie van de contacten met de huisarts stijgt in de maanden die voorafgaan aan de arbeidsonderbreking wegens ziekte. Vervolgens blijft de frequentie van de contacten merkelijk hoger in de maanden die volgen op de aanvang van de arbeidsongeschiktheid, vooral voor de personen die langer dan 6 maanden arbeidsongeschikt zijn. Deze vaststelling geldt ook wanneer men de consultaties met een specialist analyseert, met vooral een sterke stijging van de consultatie van specifieke specialisten (psychiaters, neuropsychiaters, oncologen, orthopedisten en revalidatie).

Figuur 2: Opvolging van het aantal consultaties van huisartsen 12 maanden voor en 12 maanden na de arbeidsonderbreking wegens ziekte. (Bron: Socmut.)

Meer antidepressiva

De studie toont ook aan dat arbeidsongeschikten drie maal meer met antidepressiva of antipsychotica worden behandeld (Figuur 3). Gemiddeld kreeg in 2012 bijna één arbeidsongeschikte op twee deze medicatie voorgeschreven, tegen 14% van de bevolking die niet arbeidsongeschikt is. Die resultaten bevestigen de vaststellingen van het RIZIV die aantonen dat de mentale stoornissen een van de belangrijkste oorzaken van arbeidsonderbreking en aanvang van invaliditeit zijn.

*Figuur 3: Percentage van de bevolking met minstens één afgifte van antidepressiva en/of antipsychotica, 2012. * (Bron: Socmut.)

Figuur 4 geeft aan dat het verbruik van antidepressiva en antipsychotica al hoger is tijdens de 12 maanden die voorafgaan aan de arbeidsonderbreking. Daarna stijgt het aanzienlijk na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid.

*Figuur 4: Percentage van de arbeidsongeschikte bevolking met minstens één afgifte van antidepressiva en/of antipsychotica tijdens de arbeidsongeschiktheid, 2012. * (Bron: Socmut)

Bovendien stijgt de verhouding van personen die met antidepressiva en antipsychotica worden behandeld met de duur van de arbeidsongeschiktheid. Bij de personen die langer dan 6 maanden arbeidsongeschikt zijn, zijn er bijvoorbeeld 2,5 maal meer personen die met antidepressiva en antipsychotica worden behandeld ten opzichte van de personen die minder dan 6 maanden arbeidsongeschikt zijn, en 4 maal meer ten opzichte van de bevolking die niet arbeidsongeschikt is. De reden kan in twee richtingen gaan: hoe langer men ziek is, hoe meer men geneesmiddelen gaat slikken. Of ook: mentale gezondheidsproblemen duren langer om volledig te herstellen.

Tot slot, als men het gemiddelde verbruik vergelijkt van de patiënten die met antidepressiva en antipsychotica worden behandeld, ligt dit twee maal hoger bij de personen die langer dan 6 maanden arbeidsongeschikt zijn dan bij de niet-arbeidsongeschikte patiënten (622 ddd7 tegen 358 voor de niet-arbeidsongeschikte patiënten).

Meer en langere ziekenhuisopnames

De arbeidsongeschikten worden zes maal meer in het ziekenhuis opgenomen en voor een gemiddeld twee maal langere duur (Tabel 1). Het is duidelijk dat een ziekenhuisopname gepaard gaat met een al dan niet langere periode dat werken moeilijk of onmogelijk is.

Ook hier wordt de correlatie met de duur van de arbeidsongeschiktheid (Figuur 5) bevestigd. Zo verbleef 42% van de personen die langer dan 6 maanden arbeidsongeschikt zijn in het ziekenhuis gedurende de 12 maanden na hun arbeidsonderbreking wegens ziekte en voor een gemiddelde verblijfsduur van 24 dagen, wat 3 maal langer is dan bij personen die in dezelfde waarnemingsperiode niet arbeidsongeschiktheid zijn geweest.

Figuur 5: Percentage van de gehospitaliseerde bevolking (klassieke hospitalisatie). (Bron: Socmut)

LAGE INKOMSTEN, HOGE UITGAVEN

Arbeidsongeschikte personen hebben niet alleen te kampen met een slechte gezondheid maar zijn ook kwetsbaarder op sociaal vlak.

Ze hebben enerzijds minder koopkracht8, en zien anderzijds ook hun zorgfactuur met een factor vier stijgen (Figuur 6). De patiëntenfactuur voor ambulante zorgen en ziekenhuiszorgen ten laste van de personen die een fase van arbeidsongeschiktheid hebben gekend, bedroeg in 2012 gemiddeld 531 euro tegen 138 euro voor niet-arbeidsongeschikten.

Figuur 6: : Zorgkosten (ambulante zorgen en ziekenhuiskosten) voor de patiënt en de ziekteverzekering, 2012. (Bron: Socmut)

Figuur 7 toont de maandelijkse evolutie van de zorguitgaven ten laste van de patiënt9, 12 maanden voor en 12 maanden na de arbeidsonderbreking wegens ziekte. De zorgkosten stijgen reeds vanaf de 5de maand voor de aanvang van de arbeidsonderbreking wegens ziekte en nemen fors toe vanaf de aanvang van de arbeidsonderbreking.

Figuur 7: Evolutie van de totale zorguitgaven ten laste van de patiënt 12 maanden voor en 12 maanden na de arbeidsonderbreking wegens ziekte. (Bron: Socmut)

Voor de arbeidsongeschiktheden van minder dan 6 maanden stelt men een belangrijkere stijging in de uitgaven vast op het moment van de arbeidsonderbreking, gevolgd door een aanzienlijke daling van de uitgaven. Dit kan worden verklaard door het feit dat het om acute aandoeningen gaat waarbij de zorguitgaven in een korte periode zijn geconcentreerd.

Voor de arbeidsongeschiktheden van langer dan 6 maanden daarentegen zijn de uitgaven tien maanden na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid nog drie maal hoger ten opzichte van de periode voor de arbeidsonderbreking wegens ziekte.

Men stelt ook vast dat de arbeidsongeschikten een hoger risico op bestaansonzekerheid lopen. Zo’n 32% van de personen die langer dan 6 maanden arbeidsongeschikt zijn, heeft recht op de Verhoogde Tegemoetkoming. Onder de arbeidsongeschikten verkeert één persoon op de vijf occasioneel in financiële moeilijkheden10, drie maal meer dan bij niet-arbeidsongeschikten.

SPONTAAN TERUG AAN DE SLAG OF NESTELEN IN ZIEKTE?

De helft van de arbeidsongeschikten keert binnen de twee maanden na hun arbeidsonderbreking terug naar de arbeidsmarkt en 79% na zes maanden. Van de resterende 21% belandt 8% in het invaliditeitsstelsel en blijft dus langer dan één jaar ziek. Dit blijkt uit Figuur 8 die de verdeling van de arbeidsongeschikten illustreert afhankelijk van het aantal ziektedagen (inclusief de periode van gewaarborgd loon), berekend in kalenderdagen.

Figuur 8: Percentage van arbeidsongeschikte leden afhankelijk van de duur van de ziekte, 2012. (Bron: Socmut)

De overgrote meerderheid van de arbeidsongeschikten is kortdurig ziek. Dit neemt niet weg dat de uitgaven voor langdurige arbeidsongeschiktheid een substantieel deel van de uitgaven voor ziekte-uitkeringen vertegenwoordigen. Zo stelt men vast dat 8% van de leden die in het invaliditeitsstelsel belanden, 37% van de kosten voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uitmaken. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat hoe langer iemand arbeidsongeschikt is, hoe kleiner de kans op re-integratie in de arbeidsmarkt is.

Figuur 9: Uitgaven uitkeringen afhankelijk van de duur van de ziekte, 2012. (Bron: Socmut)

ALTERNATIEVE AANPAK

Uit onze analyse blijkt dat een stokaanpak gebaseerd op wantrouwen weinig zoden aan de dijk brengt. Het zal enkel leiden tot een meer precaire situatie voor de mensen in ziekteverlof, en eventueel een tijdelijke maar illusoire snellere terugkeer naar de arbeidsmarkt.

Een persoon met burn-out die wordt teruggeduwd in een vijandige werkomgeving zonder enige begeleiding riskeert van de regen in de drop te komen. Een persoon met een zware ziekte die zijn uitkering ziet verminderen en zijn administratieve overlast ziet toenemen, riskeert dit eveneens (er doet een boutade bij ons de ronde dat je als zieke al bijna nood hebt aan een sociaal secretariaat om je papierwinkel en financiën op orde te houden). Een persoon die gedwongen wordt langer te werken zonder dat de werkbelasting aangepast wordt en de werkuitdaging stimulerend blijft, ook.

We moeten dringend inzetten op een betere ondersteuning van mensen die om psychosociale redenen thuis blijven van hun werk. Een terugbetaling van eerstelijnspsychologie; een betere balans werk en gezin en een positieve werkinhoud zijn daar belangrijke puzzelstukken van.

In het debat over werkbaar werk moet meer dan lippendienst bewezen worden, net zoals grondig nagedacht moet worden over de ongewenste effecten van eenzijdig genomen maatregelen zoals de geleidelijke beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd; de verhoging van de pensioenleeftijd of het terugschroeven van het brugpensioen. Werkgevers en werknemers moeten samen maatregelen nemen om mensen in ziekteverlof op een goede manier te kunnen herinschakelen op de arbeidsmarkt, zonder onmiddellijk met een sanctie te dreigen. En zowel de behandelende arts, de arbeidsgeneesheer als de adviserend geneesheer van het ziekenfonds moeten samen instaan voor een goede behandeling en begeleiding van werknemers die ziek vallen.

Evelyne Hens
Directeur Studiedienst van het Nationale Verbond van Socialistische Mutualiteiten (NVSM)

Noten
1/ Regime werknemers, zie http://www.riziv.fgov.be/SiteCollectionDocuments/statistieken\_uitkeringen\_2012\_2013.pdf.
2/ Getuige daarvan, de gespannen besprekingen binnen de regering met betrekking tot het plan van verplichte socioprofessionele herinschakeling van de arbeidsongeschikte werknemers, op straffe van financiële sancties.
3/ Mark Elchardus en Petrus te Braak (2014), Uw gezondheidszorg, uw mening telt, Enquête uitgevoerd voor rekening van het RIZIV, ter gelegenheid van zijn 50e verjaardag, p. 172.
4/ L’incapacité de travail: briser les idées reçues. Jean-Marc Laasman, Leila Maron et Jérôme Vrancken.
5/ RIZIV, Uitkeringsstatistieken.
6/ RIZIV, Uitkeringsstatistieken.
7/ Het geneesmiddelenverbruik wordt gemeten in DDD (Defined Daily Dose), een meeteenheid die werd gedefinieerd door de Wereldgezondheidsorganisatie en overeenkomt met de dagelijkse behandelingsdosis van een geneesmiddel waarvoor het voornamelijk bedoeld is bij volwassenen.
8/ Ter herinnering: de ziekte-uitkering is het eerste jaar begrensd tot 60% van het gederfde (geplafonneerde) loon. Na het eerste jaar is het percentage afhankelijk van het gezinsinkomen en de gezinssituatie.
9/ Het betreft het geheel van zorguitgaven (remgeld voor de consultatie van huisartsen en specialisten, geneesmiddelen en hospitalisatiekosten, inclusief toeslagen) voor arbeidsongeschikten.
10/ We hebben berekend dat de gewone rechthebbende arbeidsongeschikten van langer dan 6 maanden binnen de 12 maanden gebruik hebben gemaakt van het derdebetalerssyteem voor 21% van de consultaties van een huisarts, wat drie maal meer is dan het percentage onder de personen zonder fase van arbeidsongeschiktheid.

zieken - ziekteverzekering - Michel I

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 6 (juni), pagina 20 tot 30