Log in

De krant regeert het land

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 41 tot 44

Hoe meer media-aandacht een thema krijgt, hoe belangrijker het thema wordt in de hoofden van burgers. Dat zogenaamde agendasetting-effect beïnvloedt ook politici: onderwerpen die hot zijn in de media worden hoger op de politieke agenda geplaatst. Dat is op zich geen probleem, tenzij de media te sterk meespelen bij het bepalen van politieke prioriteiten.

DE WETSTRAAT

It's all about solidarity, stupid!
Peter Thijssen en Pieter Verheyen
De krant regeert het land
Julie Sevenans
Heeft België een democratisch probleem?
Peter Bursens en Petra Meier

Deze dagen worden de media uit verschillende hoeken onder vuur genomen. In de eerste plaats om wat ze brengen: journalisten zijn 'te links' en dus is de berichtgeving niet objectief, zo luidt de kritiek vaak. Ook waarover media berichten - of niet berichten - en wanneer ze dat doen, wordt in vraag gesteld. Sommigen bekritiseerden recent bijvoorbeeld nog de timing van de Pano-reportage over Schild & Vrienden, vlak voor de verkiezingen.1 Niet noodzakelijk onterecht, want zoals Bernard Cohen in 1963 al suggereerde, hebben nieuwsmedia daarmee waarschijnlijk de meeste invloed op de nieuwsconsument: 'The press may not be successful much of the time in telling people what to think, but it is stunningly successful in telling its readers what to think about'.2 Meer dan dat het lezen van nieuwsberichten onze standpunten kan wijzigen over het sluiten van de kerncentrales, het aanpakken van de drugsproblematiek of de organisatie van de sociale woningmarkt, beïnvloedt het of we überhaupt met deze thema's bezig zijn. In verkiezingstijd heeft dat belangrijke gevolgen, omdat we onze stemkeuze vooral laten leiden door thema's die we op dat moment belangrijk achten.3 Als de immigratieproblematiek het nieuws domineert in de weken voor de verkiezingen, halen andere partijen daar voordeel uit dan wanneer de luchtkwaliteit de voorpagina's beheerst. Dat is geen geheim voor politici, die hard proberen om de campagne te laten draaien rond 'hun' kernthema's.

AGENDASETTING EN POLITICI

Een weinig belicht aspect van dit agendasetting-effect van de media - dat ik in dit stuk graag centraal wil plaatsen - is hoe het niet alleen het publiek maar ook politici zelf beïnvloedt. Wie naar Villa Politica kijkt, ziet wekelijks hoe de agenda van de parlementaire vergadering zich grotendeels vult met wat de week ervoor prominent was in de media. Dat is niet verwonderlijk. Enerzijds zijn onze volksvertegenwoordigers echte 'nieuwsjunkies' en daardoor misschien wel extra gevoelig voor agendasetting-invloed. Onderwerpen die veel media-aandacht krijgen, komen dus ook bij hen hoger op de radar te staan. Anderzijds hebben ze strategische redenen om media goed in de gaten te houden. Politici weten dat er een verband is tussen wat er in de media staat en wat mensen belangrijk vinden, en kunnen op die manier responsief zijn naar burgers toe. Daarnaast hebben veel politici - vooral de wat minder bekende parlementsleden - het nodig om nu en dan zelf de media te halen. Naamsbekendheid is immers belangrijk met de volgende verkiezingen in het achterhoofd. In dat opzicht is het begrijpelijk dat ze graag reageren op iets wat al in de media staat, want dat biedt een kans om zelf 'mee te surfen' op de aandachtsgolf.

Dat veel politieke initiatieven voortkomen uit mediaberichtgeving is dus niet verwonderlijk en hoeft ook geen probleem te zijn. Integendeel: als de media de vinger aan de pols houden en berichten over de problemen die de samenleving bezighouden, is het een goede zaak dat politici met die thema's aan de slag gaan. Toch?

DE VALKUIL

Er is echter een valkuil. Het risico bestaat dat media-aandacht een bepalende factor wordt voor politici om een maatschappelijk probleem al dan niet aan te pakken. Zoals een parlementslid me ooit toevertrouwde: 'We krijgen dagelijks zoveel informatie binnen over problemen waar we iets aan zouden moeten doen. Maar je kan niet alles tegelijk doen, dus wat kies je er dan uit? Wat in de media komt, natuurlijk, omdat dat een hefboom is om politiek misschien dingen in beweging te krijgen.' Niet de eigenlijke ernst van problemen geeft dan de doorslag om actie te ondernemen, maar het potentieel om media-aandacht te genereren.

Die focus op media zit ingebakken in de manier waarop politici met informatie omgaan. Uit een survey-experiment dat mijn collega's en ik deden met Belgische, Canadese en Israëlische politici blijkt namelijk dat politici geneigd zijn meer aandacht te besteden aan informatie die in de media staat dan aan identieke informatie die hen toekomt via een andere bron.4 Specifiek constateerden we bijvoorbeeld dat een bericht met de titel 'Artikel in De Standaard – CLB stelt vast dat 14% van de jongeren geen diploma secundair onderwijs behaalt'5 op significant meer aandacht van politici kan rekenen dan een identiek bericht met niet de krant als bron, maar een 'rapport, persoonlijk naar u gestuurd via e-mail'. Met andere woorden: politici geven spontaan prioriteit aan mediaonderwerpen. Niet alleen omdat deze onderwerpen inherent het relevantst zijn en dus het dringendst om politieke actie vragen (dat speelt natuurlijk ook mee), maar ook puur omdat ze in de media staan.

MEDIALOGICA ≠ POLITIEKE LOGICA

De krant (of het journaal) is echter geen representatieve weergave van alle problemen in de samenleving die om politieke actie vragen. Dat is eenvoudigweg niet het doel. Journalisten jagen dagelijks op feiten die nieuwswaarde hebben. In een competitieve mediamarkt staat de interesse van de consument daarbij centraal: wat wil de kijker of lezer weten? Onderwerpen die dichtbij de leefwereld van de gewone burger staan, die sensatie of conflict bevatten, die onverwacht zijn of waar een eenduidige interpretatie van gegeven kan worden, scoren goed.6 Ver-van-mijn-bed-onderwerpen, thema's die wat technischer zijn of om meer nuance vragen, of diepgaande analyses beantwoorden niet aan die criteria en vind je minder snel terug in de krant - laat staan op de voorpagina.

Als bezorgde burger of middenveldorganisatie is het dan ook moeilijk om zulke thema's aan journalisten verkocht te krijgen. Neem het thema 'wonen'. Incidenten met een zeker schandaalgehalte (zie de recente hetze rond de sociale woningen in Gent vlak voor de lokale verkiezingen), daar smullen we van. Specifieke, licht behapbare beleidsvoorstellen, zoals praktijktesten tegen discriminatie op de huurmarkt, dat wil ook nog wel lukken. Maar meer technische beleidsvraagstukken - Wat zijn de effecten van een instrument zoals de woonbonus op de woningmarkt, en is dat nu echt efficiënt? Hoe kunnen we het achterhaalde systeem van het kadastrale inkomen updaten? - krijgen kranten niet aan hun lezers uitgelegd (of daar gaan journalisten althans van uit). Hoe verschillende beleidscomponenten elkaar dan nog versterken en/of tegenwerken, is helemaal complex. Nochtans is net die afweging cruciaal voor het opzetten van een coherent en productief woonbeleid - en dezelfde analyse kunnen we voor andere beleidsdomeinen maken.

Daar wringt het schoentje. Politici hebben het gevoel dat het loont om te investeren in mediagedreven beleidsinitiatieven, zo toonde ons (en ander) onderzoek herhaaldelijk aan, terwijl die media opereren volgens een fundamenteel andere logica dan hoe politiek zou moeten werken. De agenda riskeert gedomineerd te worden door de 'waan van de dag', ten koste van belangrijke beleidsmaatregelen die uitblijven of te lang op zich laten wachten.

POLITICI MAKEN DE MEDIA

Natuurlijk is de realiteit genuanceerder. Politici hebben ook een eigen agenda. Bovendien kunnen ze voor een stukje zelf de media-agenda bepalen. Ministers halen voortdurend de voorpagina's: zij hebben door hun hooggeplaatste functie veel nieuwswaarde. Ze zitten aan de knoppen van het beleid en krijgen daardoor bevoorrechte toegang tot de media-arena. In de loop van de legislatuur voeren ze stapsgewijs het regeerakkoord uit en meestal krijgen ze uitgebreid de kans om hun beslissingen toe te lichten aan het publiek.

Voor 'doorsnee' parlementsleden ligt de relatie met de media een stuk complexer. Los van de wekelijkse actualiteitsdebatten - die eerder reactief zijn - werken velen van hen hard om proactief de samenleving te verbeteren. Bij het ontwikkelen van wetsvoorstellen of het opstellen van kritische parlementaire vragen zijn ze zich sterk bewust van het belang van media-aandacht om politiek zaken in beweging te zetten. Kunst is om de mediafocus in je voordeel om te zetten: veel parlementsleden proberen 'publiek te gaan' om extra draagvlak te creëren, nog voor ze hun initiatieven daadwerkelijk lanceren in het parlement. Maar onze volksvertegenwoordigers zijn met veel en in de media geraken is een ware strijd. Veel kostbare tijd gaat verloren aan nieuwsmanagement. En ook hier speelt de medialogica onverbiddelijk: de charismatische politicus die werkt rond een 'sexy' onderwerp heeft meer kans op mediatoegang dan de dossiervreter die bezig is met complexe materie rond, bijvoorbeeld, handelsrecht of buitenlands beleid. De initiatieven waar deze mensen aan werken zijn nochtans niet minder belangrijk, maar wel moeilijker te verwezenlijken in een systeem waar de agendasetting-rol van de media prominent is.

WIE TREFT BLAAM?

Is het een probleem dat de medialogica zo centraal staat in het politieke proces? En zo ja, wie is de schuldige die de situatie moet rechttrekken?

Onderzoekers dachten een tijdje dat de komst van sociale media de huidige agendasetting-patronen grondig door elkaar zouden schudden. Op die interactieve platformen kunnen burgers en politici immers rechtstreeks met elkaar communiceren, zonder inmenging van de traditionele massamedia en hun nieuwswaarden-logica. Wat blijkt echter? De politieke thema's die op sociale media trending zijn, zijn heel gelijkaardig aan de onderwerpen die de traditionele massamedia beheersen.7 Dezelfde stemmen - voornamelijk media- en politieke figuren - domineren het debat op beide platformen.

Ligt het probleem bij politici zelf? Misschien wel, maar laten we niet vergeten dat ook zij gewoon maar mensen zijn. Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat politici 'boven de mediaheisa zouden moeten staan', maar bij verkiezingen rekenen we hen wel af op hun prestaties, waarvan we ons vooral een beeld vormen via… de media. De sterke mediafocus valt politici in dat opzicht moeilijk te verwijten. Zijn het dan journalisten die in de fout gaan, door te veel snelle en slordige berichtgeving en te weinig diepgaande onderzoeksjournalistiek? Misschien wel, maar in een systeem waar het overleven van kranten en nieuwszenders afhangt van kijk- en leescijfers is ook dat nogal kort door de bocht.

Of moeten we als burgers ook in eigen boezem kijken? Ons eigen gedrag hebben we alleszins in de hand. En één observatie loopt als rode draad door het bovenstaande: het stilzwijgende goedkeuren van veel mensen, waaronder mezelf. Mensen die zich soms mengen in het debat, maar vaker niet. Die mopperen op de politiek, maar het eigenlijk te druk hebben om na te denken over waar het dan juist misloopt; laat staan om zelf actie te ondernemen of een politicus aan te schrijven. Mensen die de krant lezen, maar dan vooral om te weten 'welke topfilms u vanavond niet mag missen'. Ons lees-, luister- en kijkgedrag bepaalt voor een groot deel waar journalisten over berichten en waar politici vervolgens op proberen in te spelen. Wellicht iets om bij stil te staan wanneer we het nieuws over de glimmende armen van Meghan Markle met een click naar de top van de website boosten, om vervolgens 'Europese uitstoot stijgt voor het derde jaar op rij' met een zucht voorbij te scrollen?

Voetnoten

  1. Zie bijvoorbeeld: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/09/07/links-en-klotejournalisten/.
  2. Cohen, B. C. (1963). 'The Press and Foreign Policy'. Princeton, NJ: Princeton University Press.
  3. Druckman, J. N. (2004). 'Priming the Vote: Campaign Effects in a U.S. Senate Election'. Political Psychology, 25(4), pp. 577-594.
  4. Sevenans, J. (2017). 'How mass media attract political elites' attention'. European Journal of Political Research, 57(1), pp. 153-170.
  5. Voor de volledigheid vermeld ik graag dat deze cijfers niet up-to-date zijn; voor recente cijfers zie: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/steeds-meer-jongeren-halen-een-diploma.
  6. Galtung, J., & Ruge, M. H. (1965). 'The Structure of Foreign News'. Journal of Peace Research, 2(1), pp. 64-91.
  7. Harder, R. A., Sevenans, J., & Van Aelst, P. (2017). 'Intermedia Agenda Setting in the Social Media Age: How Traditional Players Dominate the News Agenda in Election Times'. The International Journal of Press/Politics, 22(3), pp. 275-293.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 41 tot 44