Abonneer Log in

Textiel: wat met mode één jaar na de grote stilstand?

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 75 tot 79

Ietwat aarzelend verbrokkelen de muren van de modeburcht. Het licht dat door de kieren schijnt laat toe om een nog onbekende wereld te verbeelden, buiten de dominante concurrentie-door-consumptie lens. De lompenjas van Dolly Parton biedt inspiratie voor welke mode we willen na corona.


JOIN Collective Clothes manual & workshop documentation.
Photography Anouk Beckers

De mode-industrie bouwde een muur tussen producenten en consumenten.

De algoritmes van sociale media bouwen muren rond jouw verbeelding van wat mode kan zijn.

Er is meer kledingkennis en -kunde nodig.

Op 3 maart 2020 beëindigde het luxe modehuis Louis Vuitton de modeweek in Parijs. Een koor van 200 zangers, gekleed in verscheidene historische kostuums, begeleidde de modellen op de catwalk. Nicolas Ghesquière, de ontwerper voor Vuitton, liet zich inspireren door de vraag 'wat er kan gebeuren als het verleden naar ons zou kunnen kijken?'. Toen het doek viel over de show, kwam niet alleen de modecarrousel ten einde die telkens New York, Londen, Milaan en Parijs aandoet. De hele modewereld, van het luxe segment tot de fastfashion retailers, stond aan de grond genageld. De globale coronapandemie had het rijke Westen bereikt. Eén vraag werd urgenter dan ooit tevoren: naar welke toekomst wil de mode-industrie op weg?

Het leeuwendeel van de industrie bleef het lucratieve pad bewandelen van de uitbuiting en de uitsluiting. Want hoe anders verklaar je de orders die vele fastfashionketens opzegden bij kledingfabrieken in Zuidoost-Azië (en elders), waardoor het al uiterst precaire levensonderhoud van kleding- en textielarbeiders verder in gedrang kwam? Hoe anders verklaar je de verderzetting van een traditie van onveilige en inhumane werkomstandigheden in deze fabrieken, wanneer kledingarbeiders geen beschermend materiaal werd aangeboden tegen het coronavirus?

TOCH VERDUURZAMING?

De modewereld werkte in 2020 ook aan goedbedoelde initiatieven die de toekomst van de mode probeerden te verduurzamen. Zo ijverde het internationaal gedragen platform #rewiringfashion voor de vertraging van het productieritme van de luxe mode naar twee collecties per jaar,1 om zo een andere toekomst uit te tekenen voor het modesysteem dat 'uiteindelijk niemands belangen behartigt: niet die van ontwerpers, noch retailers, noch klanten – en zelfs niet van onze planeet'. Van kledingarbeiders geen sprake.

Een breed gedragen roep om slower fashion voegde zich zo bij het duurzaamheidsdebat in de mode- en kledingindustrie. Dit debat focust vooral op het hergebruik van de grondstoffen van kleding. Een circulaire mode-industrie zal idealiter alle textiel dat het productiesysteem ingaat binnen het circuit houden door continue hergebruik. De technische complexiteit van deze circulariteit laten wij hier buiten beschouwing. Liever focussen we op het onderliggende mens- en wereldbeeld van deze duurzaamheidsinterventies. Want ondanks de progressie die de mode-industrie de voorbije jaren maakte in het hergebruik van textiel, steeg het consumptieniveau van mode wereldwijd.2 Bovendien toont zowel de oproep tot vertraging vanuit de luxemode als het circulair programma van fastfashionketens (denk aan H&M) dat een focus op respectievelijk slower fashion en materiële duurzaamheid niet betekent dat de mode-industrie plots een menselijker gelaat nastreeft. De mode-industrie blijft kledingarbeiders exploiteren. Kortom, de coronapandemie was geen motor om het fundament waarop de mode-industrie sinds het prille begin gebouwd werd wezenlijk te veranderen.

UITSLUITING

Sinds de late 17e eeuw bekwaamt de mode-industrie zich in uitsluitingsmechanismen door en om zichzelf op te werpen als de autoriteit die bepaalt wie mag deelnemen aan mode en op welke manieren. Wij bespreken oude en recente scheidingslijnen binnen het modesysteem. Tevens beschrijven we kleinschalige en lokaal ingebedde initiatieven die deze machtsstrategieën proberen te doorbreken. We erkennen het contrast tussen de wijdvertakte exploitatie van kledingarbeiders en de thans beperkte reikwijdte van de besproken initiatieven. Toch bieden de illustraties in dit essay inzicht in de manieren waarop het modesysteem functioneert en reiken ze handvaten aan waarmee ieder die kleding draagt en maakt alternatieve manieren kan exploreren om kleding te beleven.

Een eerste houvast zien wij in het bewustwordingsproces over de historische en recente uitsluitingsmechanismen van de mode-industrie. Enkel wanneer je de muren ziet die de industrie optrekt rond mode, kan je proberen om de omheining te doorbreken. De terugkeer van het (mede)zeggenschap over onze kledingkeuzes beschouwen wij als het tweede handvat. De voedingsbodem hiervoor ligt in kennis over de materialiteit van kleding.3

In dit essay gaan wij voorbij aan de verduurzaming van het huidige modesysteem dat de consumptiemolen draaiende houdt door onder andere de blik op mode als een concurrentie- en statusmiddel te behouden. Zo koopt deze verduurzaming weliswaar tijd om alternatieve strategieën uit te werken die drijven op samenwerking en zeggenschap, maar kan het ook de illusie wekken van vooruitgang. De manier waarop de mode-industrie reageert op de uitdagingen van de coronapandemie suggereert het laatste.

DE VEELKLEURIGE JAS VAN DOLLY PARTON

In het nummer Coat of Many Colors beschrijft Dolly Parton de veelkleurige jas die haar moeder uit financiële noodzaak voor haar naaide van restjes stof. Kleine Dolly houdt van de jas, want haar moeder naaide het kledingstuk met liefde. Maar op school lachen de kinderen haar uit met het in hun ogen vreemde kledingstuk dat 'armoede' schreeuwt.4 Deze vernedering behoort tot een universeel ervaringsrepertoire binnen de mode. Sinds de industrialisatie leren wij mode kennen als een op sociale klasse gebaseerd concurrentiemiddel waarmee wij andere (groepen van) mensen de loef afsteken én disciplineren door hen gevoelens van minderwaardigheid aan te praten. Dit machtsspel is gestratificeerd in die zin dat hoger geplaatste groepen meer esthetische status en minder negatieve gevoelens ervaren bij kleding dan mensen in de arbeidersklasse en de lagere middenklasse.5

De mode-industrie bouwde een muur tussen producenten en consumenten.

De mode- en lifestylepers heeft tijdens de uitbouw van de mode-industrie gedurende de 19e en 20e eeuw een belangrijke rol vervult in de verinnerlijking van de overtuiging dat outfits elk seizoen opnieuw ouderwets worden en dat enkel de industrie de kunde bezit om trends te bepalen.6 Zo bouwde de mode-industrie een muur tussen producenten en consumenten door kledingdragers de autonomie te ontzeggen om zelf actief aan de slag te gaan met kledingtrends. Samen met de tanende kennis omtrent kledingproductie (wie kan er nog patroontekenen of een naaimachine behendig hanteren?) vanaf de jaren 1980, hebben wij anno 2021 niet enkel een gebrekkig zeggenschap over onze outfits, maar ook onvoldoende kennis en vaardigheden om deze bevoegdheid terug te vorderen.

Door de veelkleurige jas te beschimpen trokken de schoolkinderen een scheidingslijn tussen henzelf en Dolly. Tegelijkertijd wezen de kinderen op de esthetische en culturele monocultuur die de mode-industrie creëert en waarbinnen een uit lompen gemaakte jas niet past. Want binnen de muren heersen slechts enkele modebeelden, wat meteen verklaart waarom modebewuste mensen in Brussel, New York of Tokyo zich gelijkaardig kleden. De huidige digitale versie van deze omheining versterkt de monocultuur van mode enkel. Door de algoritmes van Instagram zie jij enkel kledingstukken verschenen op je feed die lijken op wat je eerder aanklikte en kocht.

MONOCULTUUR

Modeonderzoeker Chinouk Filique de Miranda wil met het lopende project The Algorythmic Gazeconsumenten informeren over de manieren waarop zij in de hedendaagse digitale consumptiecultuur sterk aan zeggenschap inboeten over hun kledingkeuzes. Het project schept bewustzijn van de manieren waarop jouw blik als digitale consument geleid wordt naar de trends, praktijken en representaties die aangereikt worden door de algoritmes van sociale media. Zo bouwen deze algoritmes muren rond jouw verbeelding van wat mode kan zijn of van de manieren waarop jij kan omgaan met je kleding.

De algoritmes van sociale media bouwen muren rond jouw verbeelding van wat mode kan zijn.

Een versterkte burcht waar slechts professionals toegang tot hebben tekent zich af als de metafoor om het hedendaagse modesysteem te omschrijven. Door velerlei 'wetten' bakenen deze professionals in het omliggende terrein velden af waarin de fashionable incrowd mag kuieren. Zo proberen de heersers in de burcht duidelijk te maken dat ieder wiens lichaam en identiteit niet voldoet aan het slanke, witte, rijke, en binair gegenderde ideaal het terrein niet op mag.

GEDEELDE GROND

In de metafoor van de burcht zie je het beeld van de muur, of in het Engels 'enclosures', opduiken. Net omdat deze voorstelling verstrengeld is met het industriële kapitalisme waarbinnen de dominante beleving van het modesysteem tot volle wasdom kwam, staat de scheidingslijn tussen producenten en consumenten centraal.7

Partons veelkleurige jas duidt echter op een andere manier om kleding en mode te ervaren. Zij zingt dat zij haar klasgenoten vertelde over 'the story Momma told me while she sewed. And how my coat of many colors was worth more than all their clothes'. Parton voelde zich 'rijk' in haar lompenjas, want de jas maakte een emotionele verbinding mogelijk met Partons nabije omgeving. De jas vraagt met andere woorden om een metafoor die toestaat om dergelijke niet-competitieve ervaring van kleding te begrijpen.

Mode omschrijven als een commons8 of 'meer specifiek, een gedeelde grond: een waardevolle resource, gedeeld door een gemeenschap'9 laat toe om een toekomst voor mode te denken waarin alle mensen die kleding dragen vrij toegang hebben tot deze grond. Samen zorgen zij dat ook toekomstige generaties zich 'rijk' kunnen voelen in hun kleding, zonder dat ze hiervoor andere mensen financieel en psychosociaal moeten verarmen.

(MEDE)ZEGGENSCHAP OVER MODE

In het project JOIN Collective Clothes vertrekt ontwerpster Anouk Beckers vanuit dit idee van mode als collectieve activiteit. Door middel van een open source modulair systeem dat bestaat uit vier patronen mét handleiding voor een top, mouw, broekspijp en rokdeel kan iedereen een kledingstuk vormgeven. Elk kledingstuk kan worden samengesteld, uitgewisseld en uit elkaar gehaald voor hergebruik. Op een speelse manier nodigt Beckers iedereen uit om deel te nemen aan het maakproces van mode, terwijl zij ook in de verf zet dat het moment waarop je het kledingstuk aantrekt niet het einde is van de modecyclus. JOIN Collective Clothes verbindt dus circulariteit in mode met de noodzaak om mensen het maakproces van kleding beter te laten begrijpen en hen opnieuw het (mede)zeggenschap te geven over hun kledingkeuzes. Beckers toont zich hier als de ontwerper van de toekomst die zich opwerpt als 'an agent of collaborative change'.10 Zij eigent zich het ontwerpproces niet langer toe maar deelt kennis en vaardigheden met het doel dat ieder die kleding draagt deze ook kan maken. Zo wordt de ontwerper, in plaats van de bedenker of dirigent, een professionele supporter van het maak- en draagproces.

Er is meer kledingkennis en -kunde nodig.

Om dit tweede handvat van (mede)zeggenschap over mode te ontwikkelen is meer kledingkennis en -kunde nodig, wat het volgende initiatief nastreeft. In 'De Naaikrans' van De Feministische Handwerkpartij, opgericht door kunstenaars Emmeline de Mooij en Margreet Sweerts, leren deelnemers hersteltechnieken voor hun kleding, terwijl zij geïnformeerd worden over de gemarginaliseerde geschiedenis van vrouwen en textiel. Het tegelijk handwerken en spreken beschouwen zij als een manier om belichaming en materialiteit centraal te stellen en daarmee handwerk binnen het huidige modesysteem een politieke daad van zorg en herstel te laten zijn.

De initiatieven die mode proberen te verbeelden als 'een gedeelde grond' in plaats van als 'een burcht' blijven tot nu toe lokaal ingebed en kleinschalig. Deze initiatieven geven gestalte aan een politiek project waarover socioloog Rudi Laermans schrijft dat 'macropolitiek het commonalisme nog utopisch [mag] aandoen, micropolitiek ligt dit anders'.11 Ietwat aarzelend verbrokkelen de muren van de modeburcht. Het licht dat door de kieren schijnt laat toe om een nog onbekende wereld te verbeelden, buiten de dominante concurrentie-door-consumptie lens.

Als toekomstige mensen zouden kijken naar de manier waarop wij vandaag met mode en kleding omgaan, zullen zij in deze kleinschalige initiatieven de voedingsbodem herkennen van een divers modelandschap waarin er plaats is voor een zelfgemaakte jas van restjes stof en voor een duur verkochte jurk van Louis Vuitton, op voorwaarde dat die jurk de toekomst niet in het gedrang brengt van mensen die kleding maken en van de planeet die er de grondstoffen voor aanreikt.

VOETNOTEN

  1. Voorheen produceerden luxe modemerken vaak acht collecties of meer per jaar, terwijl bij fastfashion retailers om de vier à zes weken nieuwe collecties in de winkels hangen. Het fenomeen van de 'rapid fashion', zoals de Britse retailer Missguided zich presenteert op de website, biedt zelfs honderden nieuwe stijlen per week.
  2. Kate Fletcher en Mathilda Tham (2019). Earth Logic. Fashion Action Research Plan. The JJ Charitable Trust. De geboeide lezer verwijzen wij graag naar de bespreking van Earth Logic door Sarah Vandoorne (2021). Circulaire economie: mag het ietsje minder? MVO.
  3. Zie ook: Daniëlle Bruggeman (2018). Dissolving the Ego of Fashion. Engaging with Human Matters. Arnhem: ArtEZ Press.
  4. De scheidingslijn tussen armoedige en niet-armoedige kleding valt vaak maar niet noodzakelijk samen met de scheidingslijn tussen ouderwetse en modieuze kleding, getuige hiervan zijn meerdere subculturele stijlen zoals grunge. Ook armoedige kleding kan dus 'in' zijn.
  5. Karen Rafferty (2011). Class-based emotions and the allure of fashion consumption. Journal of Consumption Culture, 11(2), pp. 239-260.
  6. A. Van de Peer (2014). So last Season: The Production of the Fashion Present in the Politics of Time. Fashion Theory, 18(3), pp. 317-340.
  7. Susan B. Kaiser (2008). Mixing metaphors in the fiber, textile and apparel complex: moving toward a more sustainable fashion. In: Janet Hethorn and Conny Ulasewicz (eds.) Sustainable Fashion: Why Now? New York: Fairchild, pp. 139-164.
  8. Danielle Bruggeman (2019). Opening Up Fashion as a Practice of Commoning. Press & Fold Notes on making and doing fashion, issue 1 Luxury, pp. 15-22.
  9. Amy Twigger Holroyd (2017). Folk Fashion: Understanding Homemade Clothes. London: I.B. Tauris. p. 11.
  10. Otto von Busch (2009) Fashion-Able. Gothenburg: Camino.
  11. Rudi Laermans (2020) Ik, Wij, Zij. Sociologische wegwijzers voor onze tijd. Gent: Owl Press, p. 102.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 75 tot 79

DUURZAAM MATERIALENGEBRUIK

Plastic: recyclage is niet voldoende
Karel Van Acker
Batterijen: een probleem als iedereen een Tesla wil
Lien Vandamme
Staal: circulariteit is het antwoord
Tycho Van Hauwaert
Hout: ideaal voor sociale woningen
Victor Debeerst
Textiel: wat met mode één jaar na de grote stilstand?
Daniëlle Bruggeman, Aurélie Van de Peer en Hanka van der Voet