Abonneer Log in

Zou u opnieuw 'ja' hebben gezegd?

HALFWEG BOURGEOIS I

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 102 tot 104

Geachte minister van Cultuur,
Beste Sven Gatz,

Ik probeer me soms voor te stellen hoe dat ging, toen u gebeld werd door de voorzitster van de partij waar u eigenlijk afscheid van had genomen, voor een job waar u zelf nooit aan zou denken, binnen een regering waarvan zelfs de voorzitster amper iets had mogen bijdragen aan het regeerakkoord. Lag daarin al niet een en ander besloten? Zou u, met wat u intussen weet, opnieuw binnen de 24 uur ‘ja’ hebben gezegd?

In elk geval was iedereen in de cultuursector wel opgelucht dat juist u als wit konijn uit de hoed was getoverd. Ook al bevestigde dat snelle politieke gegoochel eens te meer dat cultuur vaak als laatste kruimel op de regeringstafel ligt, de vrees voor een N-VA-minister op cultuur zat er diep in. Om over Jean-Jacques De Gucht maar te zwijgen.

U nam uw nieuwe post serieus, dat viel niet te weerleggen. Zowat elke avond toonde u zich ergens anders present op het veld, om u te laven aan de brede culturele waaier die dit grondgebied rijk is. Van een sociocultureel gebeuren achter de kerktoren tot een showcase van Vlaams theater in Edinburgh: u nam er plichtsbewust de honneurs waar, en liet er bijna van nature een goede indruk na.

Deemoedig en oprecht, zo kwam u op ons over. Als de voorkomende schoonzoon, maar nooit zonder karakter. Onder alle speklagen en plastic glimlachjes die de politiek over mensen lijkt te leggen, scheen er nog altijd iets guitigs door van de scoutsjongen die ooit betiteld was als ‘bedachtzame dolfijn’. De totem van de perfecte dubbelheid.

U praat goed. Beter zelfs: u blijkt de geboren communicator. In een machtsklimaat dat van barsheid haar grondtoon leek te maken en dat de Vlaamse overlegtraditie de wacht aanzegde, bleef u altijd openstaan voor dialoog. Kunstenaars die tot de lippen in het water van de Noordzee gingen staan uit protest tegen gemankeerde projectsubsidies: nog voor ze goed en wel afgedroogd waren, kregen ze al een mail. Welkom op het kabinet, laat ons praten! Want u praat goed. Goed praten of goedpraten? De grens werd steeds dunner.

Zo hoefde het niet te verrassen dat u af en toe op uw woorden werd genomen, vaak nog voor er van daden sprake was. ‘Het recht van de sterkste’, zo liet u zich ooit op de radio ontvallen. Het klonk bijna als een toekomstbeeld. In een cultuursector die steeds met wolfsklemmen klaarligt in de bosjes, om bij de eerste de beste misstap bijtend toe te happen, leek dat een ietwat ongelukkige uitspraak voor een geboren communicator.

Maar u meende het. Als er intussen één rode draad door uw kunstenbeleid te ontwaren valt, is het juist dat parool: groot is goed, maar klein moet het verdienen, want dat is veel te groot in getal. Als vanzelf kwam de bovenste schijf ook in de bovenste schuif. Niet omdat die paar grote kunstinstellingen het zoveel beter doen, wel omdat ze nu eenmaal ‘bigger’ zijn. Nog voor uw visie af was, vulden besparingen ze al in: was je groot, dan kreeg je 2,5% minder op je bord, was je anders, dan werd het 7,5%. U noemde het nog net geen ‘solidariteit’. Omgekeerde herverdeling werd het abacadabra van deze regering.

Van een sociaal liberaal zou je anders verwachten: gelijke rechten voor iedereen. Maar noodgedwongen ging het geld zelf de koers bepalen, en betaalde juist de onderste schuif het gelag. In de zomer van 2015 kreeg bijna 60% van positief geadviseerde projecten en kunstenaars geen projectsubsidies, in de zomer van 2016 gebeurde hetzelfde bij 37 structurele werkingen met een positief rapport - zowat 15% van het goedgekeurde pak. Alleen de grotere structuren uit de risicogroep (plus enkele regionaal ingebedde werkingen) overleefden alle politieke onderhandelingen. En intussen kregen alle zeven grote Vlaamse kunstinstellingen wél gewoon hun adviesbedrag toegekend. Want groot is goed, maar klein moet het verdienen. Tellen gelijke rechten in Vlaanderen alleen nog als het eigenlijk plichten zijn?

Ik kan me voorstellen dat het u onderhand behoorlijk frustreert hoe fel u door iedereen louter wordt gewogen op uw subsidiebesluiten. Maar dat is het lot van elke cultuurminister. De budgetten om beleid mee te maken, liggen grotendeels verankerd in decreten. En dus: the proof of the pudding is in the funding. Het gaat om meer dan cijfertjes in excel-tabellen. Die staan ook ergens voor. Die hebben effecten op een landschap.

Wat zal het cultuurveld zijn dat u na nog eens 2,5 jaar achterlaat? Voorlopig ziet het ernaar uit dat de toegang voor pril talent vernauwd zal zijn. Dat individuele artiesten het nog moeilijker gekregen zullen hebben. Dat het aantal muziekclubs en cultuurtijdschriften gehalveerd zullen zijn. Dat de beeldende kunst een financieel ondergewaardeerde discipline blijft in Vlaanderen. U had bij uw ‘noodzakelijke’ besparingen in 2014 anders beloofd, met de hele regering. In 2017 zou alles weer aanzwengelen. Maar bovenal brak er iets in ons beeld van u als oprechte minister toen u de jongste subsidiebesluiten wél probeerde in de (media)markt te zetten als een investering. U werd van de geboren de verloren communicator.

Uw pogingen om als alternatief voluit in te zetten op alternatieve (lees: private) financiering - met een toolkit en een haalbaarheidsonderzoek en een tax shelter voor de podiumkunsten - zijn zeker bewonderenswaardig, en zelfs consequent. Maar ze versterken ook juist dat parool van het recht van de sterkste: groot zal er baat bij hebben, klein zal er weinig bij winnen. Om een Angelsaksisch model van meer civiele en private bijdragen te introduceren, zijn in ons geval eerst vooral méér overheidsinvesteringen nodig. Wij hebben die traditie niet.

Natuurlijk hebt u zich onder de radar nog aan andere zaken en taken gewijd. Alleen viel daarbij nog méér op dat het vooral andermans zaken en taken zijn die u verkocht moet zien te krijgen: ze zijn stonden al gebeiteld in het regeerakkoord waarover u niets in de pap te brokken had. Zo heeft u met de afbouw van zeven decreten lokaal cultuur- en ander beleid alle mogelijkheden om lokaal nog iets te kunnen sturen, uit handen moeten geven. In cruciale kwesties als de kwaliteit van cultuurcentra of bibliotheken zijn de gemeenten nu totaal autonoom - dat zal de toegang tot cultuur voor élke Vlaming bezwaarlijk bevorderen.

Met de afbouw van de culturele taak van de provincies moest u zich bovendien niet alleen in een wespennest wagen, maar speelde Vlaanderen ook al haar intermediaire culturele checks and balances kwijt. We zijn benieuwd of uw vervangende regiodecreet meer kan worden dan een pleister op het houten been van de bestuurlijke efficiëntie. Symboliek lijkt ook in deze legislatuur te prevaleren boven ratio.

Nogmaals: wiens symboliek? Mocht u op al het bovenstaande repliceren dat ik hier op de pianist of de boodschapper zit te schieten, dan zou ik u daar makkelijk mee instemmen. De pampering van de grote instellingen, het jongste subsidieverdict, de bestuurlijke wijzigingen: op zijn best waren die besluiten voorzichtige correcties op wat N-VA wil. Misschien is dat wel mijn slotsom: u lijkt van uw cultuurbeleid niet de dirigent, maar de nog snel ingebelde pianist. Voor een minister die van iedereen zelfredzaamheid vraagt en zweert bij het recht van de sterkste, klinkt dat bijna tragisch.

En zo heb ik ook altijd een van uw weinige eigen initiatieven begrepen: het Burgerkabinet, waarin 150 gewone Vlamingen input mochten geven voor uw cultuurbeleid. Het was een - niet al te dure, om niet te zeggen: goedkope - poging tot eigenmachtigheid, tot eigen symboliek. Ik vraag me nog altijd af wat er met de interessante aanbevelingen van die burgers zal gebeuren. Kortweg vroegen ze meer initiatieven om cultuur dichter bij meer mensen te brengen.

Zelfs als die aanbevelingen uitgevoerd worden, vraag ik me oprecht af of kunst en cultuur na uw passage niet juist verder van alle mensen af zal staan. Mocht ik dienaangaande zelf één aanbeveling mogen doen: zet nog twee jaar alles in op een eigen diversiteitsbeleid.

Beste Sven, omdat ik u als persoon en politicus ten gronde waardeer, vraag ik het u nog eens opnieuw: zou u, met wat u intussen weet, opnieuw binnen de 24 uur ‘ja’ hebben gezegd?

Hoogachtend,

Wouter Hillaert
Cultuurjournalist en coördinator van rekto:verso. Tijdschrift voor cultuur en kritiek

Reactie Sven Gatz

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 102 tot 104