Log in

Inclusief digitaal is het nieuwe normaal

De steeds sterkere en snellere digitalisering van onze leefwereld creëert een steeds grotere afstand voor burgers die digitaal niet mee zijn. Digitaliseren zonder acties te ondernemen voor diegenen die moeilijkheden ondervinden, leidt zonder meer tot nieuwe mechanismen van sociale uitsluiting of tot een versterking van bestaande sociale ongelijkheden. Inclusief digitaliseren is de enige echte manier om naar een Slim Vlaanderen te evolueren.

BELGIË, LAND VAN VERBORGEN KLOVEN

Is België wel zo’n paradijs van inkomensgelijkheid?
Wim Van Lancker
Onze vermogens­verdeling? Alles kan beter
Sarah Kuypers
Koude woningen, koude overheid
Jill Coene
Ongelijk gezond en wel
Annick De Donder en Jan De Maeseneer
’t Is nog niet in de sacoche
Sofie De Graeve
Inclusief digitaal is het nieuwe normaal
Ilse Mariën
De strijd om mobiliteit is een strijd om gelijkheid
Dirk Lauwers en Thomas Vanoutrive
Laat de sociale mix in scholen niet los
Mieke Van Houtte
Meer voorschoolse voorzieningen, minder ongelijkheid?
Michel Vandenbroeck

DIGITAAL IS HET NIEUWE NORMAAL

Digitaal is de dominante maatschappelijke norm die vandaag in alle mogelijke domeinen wordt gehanteerd. Facebook-groepen, Whatsapp-groepen, digitale platformen zoals Twizzit, Prosoccer, Doccle of Smartschool worden steeds vaker de enige manier waarop communicatie en interactie gebeurt met de school, in de sportclub, op de werkvloer, met private en publieke instellingen. Digitale technologieën zitten verweven in alle levensdomeinen en hebben een bepalende invloed op de manier waarop we relaties vormen, informatie delen met vrienden en familie, het huishouden organiseren, kledij of tickets kopen, reizen boeken, betalingen uitvoeren of taken plannen. Apps en diensten zoals Tinder, Grindr, Zalando, Todoist, FidMe, Payconiq of Booking zijn maar enkele voorbeelden van het enorme aanbod dat momenteel bestaat en iedere dag exponentieel toeneemt.

Deze digitaliseringstrend zal niet meteen stoppen. Integendeel, de digitalisering van onze leefwereld zal zich nog sterker en sneller manifesteren in de komende jaren. Wereldwijd investeren overheid en private sector in digitale technologieën om hun werking efficiënter en goedkoper te maken, het welzijn en welbevinden van burgers te verbeteren of de leefbaarheid van steden en dorpen te verhogen. Smart cities zijn meer dan een hype. Datagedreven technologische oplossingen, op basis van Internet-of-Things (IoT) toepassingen, worden de manier waarop regio's, steden en gemeenten zichzelf zullen organiseren. Fix-My-Street of Flood Network zijn maar enkele voorbeelden van de manier waarop steden inzetten op digitale tools om, in dit geval, problemen met infrastructuur en overstromingen aan te pakken. Het aantal voorbeelden van smart city oplossingen groeit exponentieel. Ook hier is opnieuw sprake van een doorgedreven inbedding in alle mogelijke domeinen zoals mobiliteit (bijvoorbeeld smart parkeren, slimme verkeerslichten, mobiliteit als dienstverlening), lokale economie (bijvoorbeeld handenvrij winkelen, smart retail), energie ( slimme energiemeters, energiezuinige verlichting), logistiek, agricultuur, circulaire economie, milieu, stadsontwikkeling, enzovoort.

Ook op het vlak van gezondheid, worden steeds meer mobiele applicaties ontwikkeld om mensen te ondersteunen bij hun ziekte- en/of genezingsproces. Enkele voorbeelden zijn MemoryHome, Dementie en Herinneringen en Prisma, allen apps met als doel dementerende ouderen en hun zorgnetwerk te ondersteunen bij het ophalen van herinneringen en hun algemene kwaliteit van leven te verbeteren. In de Verenigde Staten is het reeds een veel voorkomende praktijk dat dergelijke gezondheidsapplicaties een inherent deel zijn van het genezingsproces en als dusdanig ook worden voorgeschreven door artsen en specialisten.

Het lijkt er op dat Vlaanderen eenzelfde digitaliseringstrend vooropstaat. De Vlaamse overheid financiert en ondersteunt verschillende digitaliseringsprocessen. Op 27 maart 2015 werd de nota ' Vlaanderen Radicaal Digitaal' goedgekeurd als startsein voor de uitrol van het Radicaal Digitaal-programma dat de digitalisering van alle publieke diensten tegen 2020 vooropstelt. Sinds 2015 wordt hiervoor jaarlijks een hefboombudget van 10 miljoen euro vrijgemaakt.i In december 2016 lanceerde Vlaams minister van Stedenbeleid, Liesbeth Homans, het Smart Flanders-programma, een ondersteuningsprogramma met projectsubsidie van 1 miljoen euro met als doel de 13 centrumsteden en Vlaamse Gemeenschapscommissie voor Brussel te ondersteunen bij hun ontwikkeling tot smart cities. Smart Flanders focust hierbij op het ontwikkelen van een gezamenlijke visie over open data, het ontsluiten van interessante stadsdata en het realiseren van meerdere datapiloten in testprojecten.ii Eveneens in 2016 investeerde Vlaams minister van Economie en Innovatie, Philippe Muyters, 4 miljoen euro in de opstart van City of Things, een proeftuin in de wijk Sint-Andries in Antwerpen, met als doel innovatieve smart city oplossingen uit te testen in een levensechte setting en de opgedane kennis te delen met de andere Vlaamse steden en gemeenten.iii Hierbij aansluitend lanceerde Muyters in oktober 2017 de subsidie-oproep 'City of Things', opnieuw voor een bedrag van 4 miljoen euro, om alle Vlaamse steden en gemeenten – groot en klein – de kans te geven om smart city oplossingen te definiëren.iv Op federaal niveau investeerde federaal minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, 3,25 miljoen in de ontwikkeling van mobiele gezondheidsapplicaties.v Ook werd enkele weken geleden aangekondigd dat bepaalde gezondheidsapplicaties binnenkort terugbetaald worden door de sociale zekerheid.vi

WIE VALT ER UIT DE DIGITALE BOOT?

Deze digitaliseringspush gaat gepaard met een tendens om de verantwoordelijkheid te verhalen op burgers zelf. Burgers moeten zorgen dat ze fysiek toegang hebben tot een computer, tablet of telefoon met internetverbinding. Van burgers wordt quasi automatisch verwacht dat ze voldoende digitaal vaardig en mediawijs zijn om deze digitale diensten en applicaties te gebruiken. Bijvoorbeeld, de keuze voor het M-ticket als goedkoopste ticket bij de Lijn, is een typevoorbeeld van digitale-uitsluiting-by-design. Reizigers moeten beschikken over een smartphone met mobiele data en een Pay-Pall account waaraan de aankoop van het ticket wordt gelinkt. De stappen die nodig zijn om een M-ticket te kopen zijn veel moeilijker en ontoegankelijker dan het aankopen van een SMS-ticket door het sturen van de boodschap 'DL' naar het nummer 4884.

Digitale uitsluiting werd beleidsmatig lange tijd gezien als een kloof tussen mensen met toegang en mensen zonder toegang. Digitale uitsluiting werd hierbij beschouwd als een probleem van kwetsbare groepen zoals mensen in armoede, laagopgeleiden of langdurig werklozen die onvoldoende financiële middelen hadden om zich internettoegang aan te schaffen. Ondertussen is het duidelijk dat de onderliggende problematiek complexer is. Iemand kan op sociaal vlak over alle voordelen beschikken, zoals een hoog inkomen, hoog opgeleid zijn, werk hebben, volop deelnemen in het vrijetijdsleven, maar op digitaal vlak toch geconfronteerd worden met digitale uitsluiting door een gebrek aan motivatie, een gebrek aan hulp of een gebrek aan zelfvertrouwen. Het omgekeerde kan evengoed. Iemand kan verschillende drempels ervaren op sociaal vlak, maar toch volop de voordelen plukken van digitale media. Dit betekent vier dingen:

  • digitale uitsluiting gaat niet om een kloof tussen mensen met toegang en mensen zonder toegang; ook de andere factoren zoals vaardigheden, motivatie, of het mediakarakter van iemands omgeving, zijn bepalend;
  • sociale uitsluiting leidt niet automatisch tot digitale uitsluiting;
  • sociale insluiting gaat niet automatisch gepaard met digitale insluiting; en
  • iedereen, ongeacht zijn sociaaleconomische situatie, kan digitaal uitgesloten zijn.

Een belangrijk gegeven is dat er geen duidelijk beeld is van wie er in Vlaanderen wel of niet digitaal uitgesloten is omdat cijfers gebaseerd zijn op indicatoren (bijvoorbeeld toegang, intensiteit van het gebruik, duur van het gebruik) die niet aansluiten bij de onderliggende complexiteit. Er zijn een aantal algemene cijfers beschikbaar. Volgens het rapport Vlaanderen in Cijfers 2016, beschikt 80% van de Vlaamse huishoudens over internet in de thuisomgeving. De ICT-monitor 2015 geeft aan dat 13% van de Vlamingen nooit het internet gebruikt. Meer diepgaand onderzoek benadrukt telkens dat een groot aantal Vlaamse burgers problemen ondervindt. Het federale onderzoek van de Gezinsbond, uitgevoerd in 2016, geeft aan dat 1 op 5 zich hulpeloos voelt in de digitale samenleving, dat 32% van de deelnemers de onlinedienstverlening van bus of trein niet kan raadplegen en dat 40% er niet in slaagt om zijn belastingen via Tax-On-Web in te dienen. Het digitaal portret, opgemaakt door de VDAB, geeft aan dat 15.000 werklozen niet met een computer kunnen werken.vii

Een nieuw gegeven is de snelheid en intensiteit waarmee huidige digitaliseringsprocessen zich voltrekken. Burgers die niet mee zijn in de digitale wereld, voor welke reden dan ook, worden met eenzelfde snelheid en intensiteit uitgesloten uit niet één, maar uit alle mogelijke levensdomeinen. Dit betekent zonder meer dat digitaliseren zonder acties te ondernemen voor diegenen die moeilijkheden ondervinden, leidt tot nieuwe mechanismen van sociale uitsluiting of tot een versterking van bestaande sociale ongelijkheden.

HET MIDDENVELD VANGT DE PROBLEMEN OP

Waar de Vlaamse overheid voornamelijk investeert in digitaliseringsprocessen, mag de Vlaamse burger zich gelukkig prijzen met de verschillende acties en vormingen die momenteel aangeboden worden door het middenveld en de Vlaamse steden en gemeenten. Het Radicaal Digitaal-programma van de Vlaamse overheid bevat Begeleid Digitaal dat bedoeld is ter ondersteuning van diegenen die hulp nodig hebben in de onlinesamenleving. Zowel inhoudelijk als in de praktijk heeft Begeleid Digitaal te weinig om het lijf. Er werden een aantal richtlijnen ontwikkeld inzake toegankelijkheid van digitale diensten, zoals het betrekken van gebruikers in testfasen van de ontwikkeling van een digitale dienst, of het hanteren van intuitive design-principes.viii Er bestaat echter geen overkoepelend, strategisch uitgetekend kader of beleid voor e-inclusie op Vlaams niveau.

Vlaanderen kent gelukkig wel een groot, verscheiden en sterk genetwerkt veld van zogenaamde e-inclusieorganisaties. Het aantal organisaties dat rechtstreeks of onrechtstreeks inzet op e-inclusie groeit gestaag. Hun aanbod differentieert bovendien steeds meer en gaat van storytelling tot reclamewijsheid tot leren coderen met en door jongeren. Deze organisaties zijn van onderuit ontstaan als antwoord op de dagelijkse problemen van mensen en vangen met andere woorden de problemen op die ontstaan zijn door de top-down digitaliseringspush. Heel wat armoedeverenigingen bieden bijvoorbeeld hulp bij het indienen van de studietoelage die enkel nog digitaal kan worden aangevraagd. Link in de Kabel, Digidak, BeCode, Antwerpen.be Centrum of Mentor vzw zijn maar enkele voorbeelden van organisaties die structureel inzetten op het ontwikkelen van digitale vaardigheden bij digitaal uitgesloten doelgroepen.

Stad Gent heeft met Digitaal.Talent@Gent een doorgedreven structurele en succesvolle e-inclusiewerking die reeds meer dan 10 jaar de Gentse burgers ondersteunt. Er wordt momenteel eveneens ingezet op groepen die voordien uit de boot vielen, zoals mensen met een verstandelijke beperking. De mediacoach opleiding werd op initiatief van KONEKT, Digipolis Gent en Mediawijs uitgebreid naar Mediacoach voor duo's. Hierbij doorlopen 10 duo's bestaande uit iemand met een verstandelijke beperking en iemand uit haar of zijn directe netwerk, elk een afzonderlijk vormingstraject rond dezelfde digitale thema's dat ze nadien gezamenlijk uitdragen in hun organisatie.

Ook Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum voor Mediawijsheid, neemt zijn rol als coördinerende organisatie en kennisinstelling op en brengt e-inclusie actoren structureel samen in meerdere overlegorganen. In 2017 werd eveneens een zusterwebsite www.einclusie.be opgericht met achtergrondinformatie over wat e-inclusie juist betekent, gratis lesmateriaal, meerdere methodieken voor reflectie en discussie en resultaten van lopend onderzoek.

Er gebeurt dus heel wat in Vlaanderen. Door het ontbreken van een geformaliseerd beleid en structurele financieringsmechanismen, blijven deze e-inclusieacties te ad hoc en worden ze beperkt tot de focus van bestaande projectoproepen. De oproep 'Digital Belgium Skills Fund' van de Koning Boudewijnstichting (KBS), een initiatief van federaal minister van Digitale Agenda Alexander De Croo, gelanceerd in 2016 en goed voor 18 miljoen euro voor drie oproepen verspreid over drie jaar, leidt momenteel naar een verhoogde focus op eerder high-level vaardigheden zoals programmeren en coderen. De oproep Armoede, eveneens van de KBS, herleidt de focus van initiatieven dan weer naar onzichtbare en tot op heden nog niet bereikte groepen. Dit maakt dat bestaande initiatieven het moeilijk hebben om hun werking structureel en duurzaam te blijven organiseren.

INCLUSIEF DIGITALISEREN, HOE DOE JE DAT?

Aanbeveling 1. Creëer een overkoepelend e-inclusiebeleid voor Vlaanderen

e-Inclusie richt zich tot alle burgers, van de meest kwetsbare profielen tot en met diegenen die sociaal en digitaal sterk staan. e-Inclusie moet inspelen op de diverse mediaprofielen van burgers en voor ieder profiel een oplossing op maat aanbieden. Dit lijkt onhaalbaar, maar bewust stilstaan bij bepaalde digitale keuzes en bij wat burgers willen en kunnen, is een eerste cruciale stap. Dit vraagt om een trekker op beleidsniveau die zich e-inclusie toe-eigent en zich op lange termijn engageert om een overkoepelend beleid uit te bouwen. e-Inclusie moet expliciet vermeld worden in het toekomstige regeerakkoord van de Vlaamse overheid. Het moet worden geïntegreerd in het mandaat van één minister zodat deze de bevoegdheid en de middelen krijgt om dat overkoepelend e-inclusiebeleid ook effectief om te zetten in de praktijk.

Aanbeveling 2. e-Inclusief ontwikkelen van digitale diensten en tools moet een verplichting zijn

Er wordt te sterk de nadruk gelegd op de burger als verantwoordelijke actor in het leren omgaan met digitale technologieën. e-Inclusie betekent kritisch nadenken over welke burgers je mee hebt en welke burgers je niet mee hebt als je iets - een dienst, een proces, een communicatieproces - digitaliseert. Digitaliseren is oké op zich, maar de toegankelijkheid moet voor alle burgers gewaarborgd blijven. Ook op het niveau van design en ontwikkeling zijn interventies mogelijk. Er bestaan reeds heel wat richtlijnen die kunnen of moeten worden toegepast, zoals het Anysurfer-label, of de EU richtlijn inzake toegankelijkheid. Andere verplichtingen die de toegankelijkheid van diensten kunnen vergroten zijn bijvoorbeeld het inzetten van tech cards in ideation-workshops en ontwikkelings-iteraties waarbij de consequenties van bepaalde keuzes (bijvoorbeeld mobiel, locatiegebaseerd, interactief) expliciet en transparant worden gemaakt zodat van bij de start duidelijk is welke gebruikersprofielen wel en niet mee zijn. Of nog, door het betrekken van een e-inclusief panel van potentiële gebruikers in co-creatietrajecten, zijnde gebruikers met een zeer grote diversiteit in termen van opleidingsniveau, motivatie, autonomie in gebruik, enzovoort.

Ook bestaande diensten, die niet volgens deze richtlijnen en co-creatieve aanpak werden ontwikkeld, moeten met terugwerkende kracht verplicht e-inclusief gemaakt worden. Ieder digitaliseringsproces van een publieke dienst moet verplicht gepaard gaan met (1) een reflectie over uitsluitingsmechanismen en; (2) de implementatie van e-inclusie-initiatieven om de participatie van uitgesloten groepen te garanderen. Dit kan door het doorvoeren van een e-inclusietoets of -audit. Het beantwoorden van volgende vragen is hierbij cruciaal:

Doelpubliek

  • Wie heeft de publieke dienst nodig?
  • Wie moet de publieke dienst in digitale vorm kunnen gebruiken?

Mediagebruik

  • Wat zijn de mediapraktijken van het doelpubliek?
  • Wie zal gebruik (kunnen) maken van de publieke dienst in digitale vorm?
  • Wie zal geen gebruik (kunnen) maken van de publieke dienst in digitale vorm?

Partnerschappen

  • Welk type vormingstraject is nodig?
  • Welke actoren voorzien deze vormingstrajecten?
  • Welke middelen zijn er nodig om structurele partnerschappen te voorzien?

Aanbeveling 3. Zet structureel in op de ontwikkeling van digitale vaardigheden

Het Vlaamse middenveld moet structureel erkend en ondersteund worden in hun rol als vormings- en ondersteuningsactoren. Met de oproep van het Digital Belgium Skills Fund zijn heel wat waardevolle projecten ondersteund. Deze moeten verder worden ondersteund, wil hun impact duurzaam zijn. Wat steden en gemeenten betreft, moet de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) een coördinerende rol opnemen om kennisdeling en samenwerking te stimuleren. Het samenbrengen van smart city- en e-inclusieactoren is hiertoe een eerste stap. Ook hier is opnieuw een voltijds trekker nodig die het mandaat krijgt om 100% aan e-inclusie te werken. e-Inclusie is geen pakketje dat met een 0,1 of 0,3 voltijdsequivalent (FTE) binnen een bestaand mandaat kan worden opgenomen. Digitale technologieën evolueren constant. Dit geldt eveneens voor de gerelateerde digitale competenties die burgers nodig hebben. Datageletterdheid, inzicht in algoritmes en privacygeletterdheid zijn slechts enkele voorbeelden van type geletterdheden die binnen een datagedreven en slimme stad steeds belangrijker worden. Iedere overheid, iedere stad die inzet op digitalisering heeft nood aan een e-inclusieambtenaar die inzet op het stimuleren van samenwerking om bestaande noden te identificeren en nodige oplossingen te formuleren.

Voetnoten

  1. Voor meer informatie over het Radicaal Digitaal programma en het hefboombudget, zie: https://www.bestuurszaken.be/hefboombudget-vlaanderen-radicaal-digitaal.
  2. Voor meer informatie over het Smart Flanders programma, zie: www.smartflanders.be.
  3. Voor meer informatie over het City of Things-project, zie: http://www.antwerpcityofthings.be.
  4. Voor meer informatie over de projectoproep City of Things van minister Muyters, zie: https://www.vlaio.be/nl/andere-doelgroepen/city-things-slimme-steden-en-gemeenten.
  5. Meer informatie over het investeringsprogramma van minister van Volksgezondheid Maggie De Block, vind je hier: http://www.deblock.belgium.be/nl/maggie-de-block-investeert-325-miljoen-proefprojecten-met-gezondheidsapps.
  6. Voor meer informatie over de eventuele terugbetaling van gezondheidsapplicaties, zie: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/03/06/gezondheidsapps-straks-terugbetaald/.
  7. Meer achtergrondcijfers over het digitaal portret van de Vlaamse werkzoekenden uit 2016, vind je hier: http://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1269024.
  8. Meer informatie over de onderliggende principes inzake toegankelijkheid van het Radicaal Digitaal-programma, kan je hier raadplegen: https://overheid.vlaanderen.be/principes-voor-de-digitalisering-van-de-vlaamse-overheid-vlaanderen-radicaal-digitaal.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 4 (april), pagina 61 tot 67