Log in

Links in de gemeenten: een voorbeschouwing

Voor sp.a lijkt lokale politiek vandaag op de Dien Bien Phu-strategie van het Franse leger in Vietnam, met de steden als egelstellingen. Het beeld van Groen vertoont dan weer gelijkenissen met Mao's Lange Mars: de stad veroveren vanuit het platteland, weze het dan vanuit de eerder florissante groene randgemeenten rond de steden.

GEMEENTERAADS­VERKIEZINGEN 2018

Links in de gemeenten: een voorbeschouwing
Johan Ackaert en Sofie Hennau
Versnippert Wallonië?
Pascal Delwit
Antwerpen en Gent, a tale of two cities
Geert Mareels
Jongeren hebben geen stem, wel een mening
Hannes De Reu

Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 beschreven we in dit tijdschrift hoe de socialistische partij haar invloed in de gemeenten had uitgebreid. Dit bleek toen zowel uit de verkiezingsuitslagen, de aanwezigheid in de schepencolleges als de opmars van socialistische burgemeesters in de centrumsteden. Ondertussen liggen de kaarten anders. In 2012 leed sp.a 1
belangrijk terreinverlies, terwijl Groen er duidelijk op vooruitging.

Deze bijdrage probeert de plaats van de belangrijkste linkse spelers in de Vlaamse gemeenten in te schatten in de aanloop naar 14 oktober. We staan eerst stil bij hun participatie aan de gemeenteraadsverkiezingen, de evolutie van de aanhang en finaal de doorstroming naar de effectieve macht. Tot slot vergelijken we hun positie bij de gemeenteraadsverkiezingen met deze bij de parlementsverkiezingen en wikken we een aantal uitdagingen.

LINKS IN DE GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN

Figuur 1 geeft de evolutie weer van de deelname van socialistische, groene en extreem-linkse lijsten aan de gemeenteraadsverkiezingen tussen 1976 (de eerste gemeenteraadsverkiezingen anticiperend op de samenvoeging van gemeenten in 1977) en 2012. Onder extreem-linkse kiezers bedoelen we de stemmen die tussen 1976 en 2012 uitgebracht zijn op KPB, RAL-SAP, AMADA-PVDA en een aantal linkse eenheidslijsten.

Figuur 1. Deelnamen linkse partijen aan gemeenteraadsverkiezingen (in %).

Uit Figuur 1 kan op het eerste gezicht worden afgeleid dat doorheen de jaren de participatie van sp.a aan de gemeenteraadsverkiezingen daalde. Bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen in 2012 namen socialisten (al dan niet in kartelverband) in drie vierden van de gemeenten deel aan de stembusslag. Echter, sedert de eeuwwisseling slaagt sp.a er beduidend minder in om zelfstandig naar de kiezer te trekken en deed ze bijgevolg frequenter een beroep op een (groene) kartelpartner. Overigens is het cijfer voor sp.a van 2006 al geflatteerd omdat het tevens sp.a-spirit lijsten bevat (in 64 van de 174 gevallen). Groen trad in 2012 in 56% van de gemeenten aan, waaronder in 19% samen met kartelpartner sp.a. De weergegeven 37% bevat wel een tiental gemeenten waar groenen met andere partners een kartellijst vormde. Extreem-links nam in 2012 in 7% van de gemeenten deel, een lichte toename ten aanzien van 2006 maar aanzienlijk minder dan bij de eerste vier verkiezingen die volgden op de samenvoeging van gemeenten.

Figuur 2 vat de verkiezingsresultaten van de betrokken formaties samen. De weergegeven percentages zijn berekend op het totaal aantal geldige stemmen in die gemeenten waar deze partijen lijsten indienden.

Figuur 2. Evolutie aandeel linkse kiezers (in %).

Daar waar sp.a in 2012 alleen naar de kiezer trok, behaalde ze met 16,4% de laagste score sedert de samenvoeging van gemeenten. In kartelverband (met Groen) kwam ze wel boven de 22,5% van de stemmen uit. Echter, ook het weergegeven cijfer van 2006 (met inbegrip van sp.a-spirit kartels) was opgeschoond: gemiddeld klokten deze af op 24,9%, tegenover 19% voor de 'zuivere' sp.a-lijsten. Sterker, in ruim 30% van de gemeenten waar sp.a in 2012 zelfstandig naar de kiezer trok, kon ze nog geen 10% van het electoraat bekoren (daar waar een rood-groene kartellijst meedong ging het slechts om 10% van de gevallen). Groen behaalde daarentegen haar beste score ooit. Ook extreem-links klom omhoog, zij het dat het hier (zoals hoger aangegeven) om een eerder beperkt aantal gemeenten gaat.

Traditioneel varieert de inplanting van linkse partijen sterk naar de verstedelijkingsgraad van de gemeenten. Figuur 3 geeft de variatie weer voor sp.a, Figuur 4 voor Groen (omwille van de kleine aantallen nemen we de extreem-linkse lijsten hier niet verder in aanmerking). De weergegeven cijfers voor sp.a slaan zowel op die gemeenten waar ze alleen naar de kiezer trok als deze waar het in kartelverband met Groen gebeurde.2

Figuur 3. Evolutie aandeel sp.a-electoraat (in %).

Figuur 4. Evolutie aandeel Groen-electoraat (in %).

Hoewel de socialisten tot in 2000 de strijd om de stad leken te verliezen, kantelde dit in 2006. Ze behaalden in de centrum- en kleine steden toen de beste resultaten en boekten daar ook de meeste vooruitgang.3 Omgekeerd hadden de socialisten het veel moeilijker in de gordels rond de steden (banlieue- en agglomeratiegemeenten) en in de autonome gemeenten. Die onderlinge verhoudingen bleven intact in 2012, zij het binnen elke categorie op een aanzienlijk lager niveau.
Groen heeft daarentegen niet zozeer een stedelijk maar eerder een randstedelijk profiel. In de agglomeratiegemeenten scoort de partij met 13,3% overigens beter dan sp.a. Daar waar sp.a in elke categorie gemeenten terrein verloor, realiseerde Groen overal vooruitgang.

LINKS IN DE GEMEENTEBESTUREN

Onderzoek wees in het verleden uit dat er wel degelijk een relatie bestaat tussen het aandeel kiezers dat partijen werven en de intrede in bestuursmeerderheden: hoe sterker de electorale positie van een partij, hoe meer kans zij maakt om deel uit te maken van het college van burgemeester en schepenen.4 Figuur 5 overloopt de evolutie van de aanwezigheid van sp.a en Groen in de colleges.5

Figuur 5. Aanwezigheid sp.a & Groen in bestuursmeerderheden (in %).

Het stemmenverlies van sp.a in 2012 werkte duidelijk door in de aanwezigheid in de schepencolleges. Finaal verloren de socialisten hun toegang tot de schepencolleges in 5% van de gemeenten. Met een participatiegraad van 33% zitten de socialisten op hetzelfde niveau als N-VA, de grote winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen in 2012. De spreiding van de aanwezigheid van sp.a naar verstedelijkingsgraad loopt vrij parallel met de spreiding van de sp.a-scores bij de gemeenteraadsverkiezingen: de achteruitgang in de colleges deed zich vooral voor in de banlieuegemeenten en (kleinere) autonome gemeenten. In de centrumsteden bleef deze aanwezigheid op het niveau van voor 2012.6 Groen participeert thans in 15% van de gemeenten aan het bestuur en verdubbelde daarmee in 2012 ruimschoots haar aanwezigheid in de gemeentebesturen. Wel gebeurde dit in meer dan de helft van de gevallen vanuit een kartellijst met sp.a.

Allicht is de positie van links in de gemeenten het meest zichtbaar door het aantal geleverde burgemeesters. Daarom spreidt Figuur 6 de evolutie van het aandeel socialistische burgemeesters naar verstedelijkingsgraad.7

Figuur 6. Evolutie aandeel socialistische burgemeesters (in %).

De achteruitgang van sp.a weerspiegelde zich omwille van evidente redenen ook in het aantal burgemeesterssjerpen. In 7% van de gemeenten heeft een socialistische burgemeester het roer in handen. Nooit was dit aandeel lager. Deze terugloop deed zich daarenboven in quasi elke categorie van gemeenten voor. In regel valt de burgemeesterssjerp immers in handen van de grootste partij in de schoot van de bestuursmeerderheid en meestal belandt deze uiteindelijk bij de kandidaat met de meeste voorkeurstemmen in die partij.8 In die zin is een terugval van het aandeel socialistische burgemeesters perfect verklaarbaar. Wel blijft ook hier de logica intact dat socialisten het meest kans maken in de steden om door te stoten tot de tricolore sjerp.9

LOKAAL LINKS VOLGT FEDERAAL LINKS

Figuur 7 en 8 vergelijken de scores van de sp.a en Groen behaald bij de gemeenteraadsverkiezingen met deze van de federale of Vlaamse parlementsverkiezingen.

Figuur 7. sp.a lokaal en federaal/Vlaams (in %).

Figuur 8. Groen lokaal en federaal/Vlaams (in %).

Figuur 7 toont hoe vanaf de jaren 1990 de lokale uitslagen van sp.a als het voortschrijdende gemiddelde van de percentages behaald bij voorafgaande Vlaamse of federale parlementsverkiezingen lopen. Lokale sp.a-uitslagen zijn uitermate gevoelig voor de federale of Vlaamse electorale positie van de partij, zij het dat de breuken minder scherp afgetekend zijn op het lokale niveau dan op het Vlaamse. In het algemeen situeren de lokale uitslagen zich onder de nationale resultaten. De centrumsteden vormden in 2012 echter de uitzondering: zoals hoger aangegeven trokken toen (net als in 2006) deze steden de gemiddelde score bij de gemeenteraadsverkiezingen omhoog. Of anders gesteld: in de steden doet sp.a het bij de lokale verkiezingen aanzienlijk beter dan bij de parlementsverkiezingen. In suburbane en landelijke gemeenten doet de partij het daarentegen beter bij de parlementsverkiezingen dan bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Ook voor Groen lijken de scores bij de gemeenteraadsverkiezingen de uitgevlakte gemiddelden weer te geven van deze behaald bij de parlementsverkiezingen. In tegenstelling tot sp.a vormden de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 de prelude voor de winst bij de parlementsverkiezingen van 2014.

UITDAGINGEN VOOR SP.A

In 2012 gaven we nog vóór de gemeenteraadsverkiezingen in dit tijdschrift aan hoe sp.a evolueert naar een duale partij: sterk in de steden, moeite om daarbuiten te overleven. De stembusslag van 2012 bevestigde die trend, zij het dat toen erosie vrat aan de sp.a-scores in de steden. Deze achteruitgang vertaalde zich in het vertrek uit bestuursmeerderheden en het opofferen van burgemeesters. Groen liep een heel andere koers: in 2012 realiseerde de partij de hoogste kiescijfers en de hoogste participatiegraad in de gemeentebesturen sedert haar ontstaan. In tegenstelling tot de socialisten kent Groen eerder een randstedelijke dan een stedelijke inplanting.

Bij sp.a liep het in kleinere gemeenten van kwaad naar erger. Het feit dat sp.a er in meer dan 30% van de gemeenten niet in slaagt om op eigen kracht meer dan 10% van het electoraat te bekoren, is veelzeggend. Idem dito voor de evolutie van het aantal gemeenten waar sp.a op eigen kracht aantrad. In 2012 ging het over 55% van de gemeenten, naast 19% waar dit gebeurde in kartelverband met Groen. Steunend op voorlopige gegevens zouden deze aandelen voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 respectievelijk terugvallen tot 39 en 6%.10

Daarnaast gaven we aan hoe lokale verkiezingsuitslagen al decennialang deze van federale of Vlaamse parlementsverkiezingen volgen. We wezen er vroeger ook al op hoe lokale afdelingen de resultaten de facto opsmukten door de inzet van parlementsleden bij gemeenteraadsverkiezingen. Gelet op het kleiner aantal sp.a-parlementsleden en de nieuwe interne cumulatieregels droogt dit kanaal echter op. Ten vierde halen we – net als in 2012 – het verschralen van het lokale socialistische 'partijleven' als handicap aan. De activiteitsgraad van een partijafdeling blijkt immers uitermate belangrijk voor de latere verkiezingsuitslagen. Recent onderzoek wijst echter geenszins op een reactivering van dit leven in het socialistische kamp.11

Rekening houdende met al deze elementen kunnen de vooruitzichten voor de socialistische lijsten bij de komende gemeenteraadsverkiezingen allesbehalve als rooskleurig worden omschreven. Dit stoffeert verschillende vragen.

De eerste vraag (en in de praktijk reeds deels beantwoord) is deze naar de wenselijkheid van rood-groene kartellijsten. De cijfers in deze bijdrage suggereren dat daar mathematisch argumenten voor zijn. Daartegenover staan belangrijke verschillen in de profielen van de kiezerskorpsen van beide partijen. In het bijzonder de leeftijdsstructuur en het onderwijsniveau springen in het oog: het electoraat van Groen is verhoudingsgewijs jonger en hoger geschoold dan dat van sp.a.12 In de tweede plaats verschillen de partijculturen op belangrijke dimensies van elkaar. Groene partijleden zijn doorgaans actiever en mondiger dan socialistische, ook op het gebied van beleidsbepaling.13 Dit bemoeilijkt het bereiken van consensus rond beleidskwesties in steden en gemeenten. Tot slot wezen we ook op belangrijke verschillen in de aanhang naar verstedelijkingsprofiel.

De tweede vraag is deze naar de relevantie van lokale partijafdelingen. Politieke partijen zijn niet langer de enige vehikels om de plaatselijke samenleving mee vorm te geven (in de mate dat ze dit ooit geweest zijn). Dit is overigens niet alleen een probleem voor sp.a. In de eerste plaats kalft het aantal partijleden af, wat in het algemeen gevolgen heeft voor mobilisering, rekrutering en doorstroming van beleidsverwachtingen. Daarnaast opende recent onderzoek naar het profiel en gedrag van partijleden de ogen voor het feit dat de ledenbestanden geen afspiegeling vormen van de samenleving wat betreft de socio-demografische kenmerken. In het bijzonder jongeren, laaggeschoolden, etnische minderheden en vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de partijgeledingen. Deze groepen koesteren verwachtingen die op hun beurt – juist door de socio-demografische bias – minder worden meegenomen in de standpunten en beleidskeuzes van partijen.14 Vooral voor sp.a, waar het lager geschoold kiezerskorps sterk vertegenwoordigd is, is dit een precaire factor. Voorts benadrukt de literatuur (internationaal) een verschuiving in de oriëntatie van partijen van het lokale niveau naar meer centrale niveaus. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen 'party on the ground' (de lokale afdelingen), 'party in public office' (parlement en regering) en 'party in central office' (de eigenlijke centrale partijorganisatie).15 Mede door toedoen van de wijze waarop partijen worden gefinancierd en de introductie van nieuwe grootschalige marketingtechnieken neemt het belang van de twee laatst genoemden toe ten nadele van de eerste.

De lokale partijwerking geraakt dus met andere woorden losgekoppeld van de nationale partijstructuren, wat vragen doet rijzen naar haar finaliteit. Daarbij hoort ook de vraag naar de lokale inhoudelijke profilering van sp.a. In 2012 schreven we dat socialisten zich in lokale kiescampagnes specifiek van anderen onderscheidden door thema's als sociaal beleid en seniorenzorg te benadrukken. We gaven toen aan dat deze behoren tot de corebusiness van de sociaaldemocratie. Echter, juist op deze terreinen (en ook andere) stelt zich het probleem van de bestuurskracht van kleine gemeenten. Hierdoor is het instrumentarium voor socialistische bestuurders – in het bijzonder in kleine gemeenten – zeer vaak ontoereikend om op deze domeinen baanbrekend werk te verrichten en zich bijgevolg aldaar ideologisch scherp te profileren. Maar die bedenking geldt deels voor Groen.

Voetnoten

  1. J. Ackaert (2012), Socialisten te velde. 'Samenleving & Politiek', jg.19/nr.7, pp. 4-13.
  2. De verstedelijkingsgraad indiceren we aan de hand van: H. Van Der Haegen, M. Pattyn & C. Cardyn (1982), The Belgian Settlement Systems. In: 'Acta Geografica Lovaniensa'. 22, pp. 251-363. Voor de eenvoud hergroepeerden we de afhankelijke gemeenten, autonome gemeenten en hoofddorpen in een categorie. De (vaak groene) agglomeratiegemeenten omringen de centrumsteden en vormen met de kernstad een ruimtelijk aaneengesloten geheel. De banlieuegemeenten sluiten aan bij de agglomeratie maar zijn de gebieden waar door toedoen van de suburbanisatie zich de meeste groei aftekent en zijn doorgaans op niveau van de individuele inwoner welvarender dan de centrumstad en de omringende agglomeratiegemeenten.
  3. Omwille van de Stadslijst ingediend in Antwerpen in 2012 is het sp.a-resultaat aldaar hier om evidente redenen niet in aanmerking genomen.
  4. J. Ackaert, P. Dumont & L. De Winter (2008), Hoe oude vormen en gedachten overleven: lokale coalitievorming. In: J. Buelens, B. Rihoux & K. Deschouwer (ed.), 'Tussen kiezer en hoofdkwartier. De lokale partijafdelingen en de gemeenteraadsverkiezingen van 2006'. Brussel: VUBPRESS, pp. 111-138.
  5. Met uitzondering van het lidmaatschap van het districtscollege van Borgerhout participeert extreem-links in geen enkel college.
  6. Wel dient hier opgemerkt te worden dat sp.a verdween uit de collegebanken in Antwerpen maar wel een intrede maakte in Genk.
  7. Groen beschikt thans over 1 burgemeester, in de zittingsperiode 2007-2012 over 2.
  8. S. Hennau, S. Keunen & J. Ackaert (2017), Een (meer) rechtstreekse burgemeestersverkiezing in Vlaanderen? De invloed van kieswetgeving op het Vlaamse burgemeestersbestand. In: 'Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en publiek recht', 9, pp. 494-510.
  9. In de loop van deze zittingsperiode diende sp.a in Hasselt wel het burgemeesterschap in te leveren.
  10. Gegevens meegedeeld door sp.a op 16 augustus 2018.
  11. A. Audrey & S. Depauw (2013), De kracht van de lokale afdelingen. In: K. Deschouwer, T. Verthé & Benoit Rihoux, 'Op zoek naar de kiezers. Lokale partijafdelingen en de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012'. Brussel: ASP, p. 31.
  12. K. Abts, M. Swyngedouw & B. Meuleman (2015), 'Het profiel van de Vlaamse kiezers in 2014. Wie stemde waarom op welke partij?'. Leuven: ISPO.
  13. R. Devroe & N. Van de Voorde (2017), Partijactivisme, met lede ogen aanzien. In: B. Wauters (red.), 'Wie is er nog van de partij? Crisis en toekomst van partijleden in Vlaanderen'. Leuven: Acco, pp. 43-79.
  14. R. Devroe, B. de Vet & B. Wauters (2017), De partijbasis als microkosmos. De representativiteit van partijleden onderzocht. In: B. Wauters, a.w., pp. 39-40.
  15. R. Katz & P. Mair (2002), The ascendancy of the party in public office: party organizational change in the twentieth-century democracies. In: R. Gunter, R. Montero & J. Linz (ed.), 'Political parties. Old concepts and new challenges'.New York: Oxford University Press, pp. 113-165.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 7 (september), pagina 5 tot 12