Abonneer Log in

Samenwerken is de enige optie

HET SIENJAAL: 20 JAAR LATER

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 48 tot 51

In het verleden zagen we reeds een aantal pogingen van progressieven om zich te verenigen. Er was de oproep van Leo Collard in 1961, de operatie-Doorbraak van Karel Van Miert in 1979 en Het Sienjaal van Maurits Coppieters en Norbert De Batselier in 1996. Allen waren weinig succesvol. Toch blijf ik ook vandaag nog fel voorstander van een heel sterke samenwerking tussen alle progressieve bewegingen en partijen. Niet alleen uit principe, maar vooral omdat het meer dan ooit nodig is. Willen we meewerken aan progressieve oplossingen voor globale maatschappelijke uitdagingen als de toenemende ongelijkheid, de opwarming van de aarde of de groeiende migratiebewegingen, dan is samenwerking de enige optie.

HET SIENJAAL: 20 JAAR LATER

Iedereen bleef kijken vanuit het eigen hokje
Norbert De Batselier
Verschillen en complementariteit tussen groene en rode kiezers
Bart Meuleman, Koen Abts, Chris Gaasendam en Marc Swyngedouw
Partijleden en link(s)e samenwerking
Nicolas Bouteca, Carl Devos, Robin Devroe, Benjamin de Vet en Bram Wauters
Opnieuw voorlopers worden
John Crombez
Voor een progressief front van doeners
Meyrem Almaci
Een Borgerhout-scenario in heel Antwerpen
Peter Mertens
Werken aan coalitie van enthousiasten
Patrick Develtere
Samenwerken is de enige optie
Rudy De Leeuw
Het linkse speelveld is ruimer dan je denkt
Tom Garcia
Gescheiden slagen
Herman Lauwers en Jos Geysels

We zien dat de rechterzijde overal de strijd om de politieke hegemonie heeft ingezet. Een strijd waarbij de pijlers van de welvaartsstaat, opgebouwd in de naoorlogse periode, fundamenteel in vraag worden gesteld: een sturende overheid en een brede overheidsdienstverlening, een sociale bescherming gebaseerd op verzekering én solidariteit, sterk sociaal overleg met een sterk sociaal middenveld.

Dat is trouwens ook de hoofdtoon van het gevoerde beleid door de regeringen Michel-Bourgeois: zwaar besparen op de overheid, sociale bescherming minder solidair invullen en het sociale middenveld zoveel als mogelijk opzij laten liggen. In een vorig nummer van Sampol (juni 2016) werd treffend aangetoond wat dit oplevert: een beleid van twee maten en twee gewichten. Bedrijven worden in de watten gelegd en vermogenden worden ontzien, terwijl de gewone mensen inleveren en de besparingsfactuur betalen. Wie het al moeilijk heeft, zoals werkzoekenden of langdurig zieken, wordt daarenboven de sociale bescherming beetje bij beetje afgepakt dat je niet langer kan spreken van ‘bescherming’ in het stelsel dat sociale zekerheid moet garanderen. En de positieve resultaten blijven uit. Je hoeft maar te kijken naar de cijfers. En dan bedoelen we niet de cijfers die ze zelf orakelen, maar wel internationaal vergelijkbare cijfers. Die cijfers leren dat we het op veel vlakken slechter doen dan andere EU-landen, zoals op vlak van werkgelegenheid(sgraad) of armoede bij ouderen. Dit beleid is dus niet alleen sociaal onrechtvaardig, maar ook uitzichtloos. Het bezuinigingsbeleid werkt niet: niet bij ons, niet elders. De neoliberale belofte dat meer markt ook meer sociale welvaart zou opleveren, is door de feiten gelogenstraft: het heeft meer ongelijkheid opgeleverd, een scheve herverdeling van de welvaart, maar geen oplossingen voor werkloosheid, noch voor een duurzame groei.

POPULISTEN WINNEN HARTEN EN GEESTEN

Toegegeven: de rechts-populisten die de ruggengraat van deze regeringen uitmaken, slagen er soms schrikwekkend gemakkelijk in om de harten en geesten van de mensen voor zich te winnen. Hoe is het zover kunnen komen, vraagt men zich dan af, dat mensen kiezen tegen hun eigen belangen in en dat ze meegaan in een verhaal waarbij ze tegen hun gelijken worden opgezet? Omdat populisten handig inspelen op een aantal vooroordelen en ressentimenten: de werklozen die liever lui dan moe zouden zijn, ambtenaren die te veel privileges zouden kennen, werknemers die te veel zouden vasthouden aan verworven rechten zoals tijdskredieten en eindeloopbaanregelingen, migranten en vluchtelingen die te veel zouden worden gepamperd en voorrang zouden krijgen op wie hier al lang woont en het vaak moeilijk heeft, een overheid die boven haar stand zou leven en die ondernemerschap wegpest met regeltjes en belastingen.

Handige populisten spelen daar zeker een belangrijke rol in. Vaak worden ze geholpen door weinig kritische media. Dat klinkt zwaar, maar het is bijvoorbeeld opvallend hoe relatief weinig aandacht het sociaal verzet tegen deze nieuwe elites krijgt, of hoe dikwijls de argumenten van de tegenstanders enkel worden gebracht als men die tegelijkertijd kan nuanceren (of neutraliseren). Toen De Morgen uitgebreid aandacht besteedde aan het laatste Sampol-nummer (juni 2016), waarin werd aangetoond dat het beleid van Michel vooral heel wat verliezers telt, werden onmiddellijk tegenstemmen ten tonele gevoerd om dat te nuanceren. Alsof de waarheid altijd in het midden ligt.

KRITIEK BETER STROOMLIJNEN

Maar we willen niet alleen met de vinger wijzen naar rechts en de media, ook de progressieve beweging en de linkerzijde is niet vrij te pleiten van strategische fouten. Links maakt het zichzelf niet altijd gemakkelijk. Kijk naar de zelfvernietigende politiek van een François Hollande die volmachten inzet om een grotere arbeidsflexibiliteit door te drukken, of naar een Jeremy Corbyn die door een halfslachtige houding de Brexit-voorstanders in de kaart heeft gespeeld. Bovendien blijft de linkerzijde al te vaak kamperen op het eigen grote gelijk, in plaats van de gelijkenissen in de verf te zetten in de waarden, doelstellingen en programma’s. De een heeft het over vermogensbelasting, de ander over vermogenswinstbelasting. De een over de 30-uren werkweek, de ander over de 30-uren als maatstaf voor volledige sociale rechten. De enen over een basisinkomen voor iedereen (Philippe Defeyt), de ander over basisloon voor jongeren (John Crombez), nog een ander is ronduit tegen (Elio Di Rupo). Niet dat er geen verschillende standpunten mogen zijn, het debat kan er alleen maar bij winnen, maar over grote keuzes worden de violen het best gestemd.

Het zou al een goeie zaak zijn, mocht de linkerzijde er beter in slagen om de kritiek op het huidig beleid te stroomlijnen. Het moet werk maken van een gemeenschappelijk alternatief. Dat is een programmatorische opgave. Waarom kunnen we samen geen 10 puntenprogramma formuleren voor de nabije toekomst? Het komt er vooral op aan om eenzelfde verhaal te brengen. Een verhaal dat voor iedereen leesbaar is en waaruit de boodschap spreekt dat we het ook in de toekomst beter kunnen hebben als we met zijn allen samenwerken en niemand laten vallen. Geen verhaal van selectie en uitsluiting, maar een verhaal van sociale vooruitgang. Een verhaal ook waarin meer levenskwaliteit een centrale plaats inneemt. De aandacht voor een optimale levenskwaliteit van ons allemaal moet terug de bovenhand krijgen in het sociaaleconomisch beleid. Tijd voor jezelf en je gezin, een optimale zorg voor onze zieken en ouderen door personeel dat tijd en middelen krijgt die daarvoor nodig zijn. Het economisch denken, dat momenteel de beleidsagenda bepaalt, moet terug op ‘zijn plaats gezet worden’. Progressieve coalities moeten komaf maken met werken tot 67, het stimuleren van overwerk en van overuren, en echt werk maken van werkbaar werk. We mogen in geen geval het rechtse vertoog achterna hollen, bijvoorbeeld door flinkse standpunten op vlak van migratie, vluchtelingen en veiligheid. We willen samenlevingsproblemen niet ontkennen of doodzwijgen, maar ter linkerzijde moeten we steeds een aantal basisregels respecteren, zoals mededogen met al wie op zoek is naar een beter leven, en vermijden dat we ganse groepen stigmatiseren door het gedrag van enkelen uit te vergroten.

SYNDICALE FRONTVORMING

Hoe zie ik de rol van mijn vakbond hierin? Ook wij moeten onze achterban in beweging brengen voor een solidair project. Ik ben niet te beroerd om toe te geven dat dit niet makkelijk en evident is. Daar zijn een aantal redenen voor. Zo zijn we als massabeweging een doorsnede van de bevolking, die de politieke verhoudingen reflecteert binnen de totale bevolking. Zo toont postelectoraal onderzoek aan dat sp.a nog het hoogst scoort bij onze leden, maar dat heel wat van onze leden rechts stemmen. Bovendien is het bijzonder moeilijk om een genuanceerd verhaal over te brengen. Europa is daar een sprekend voorbeeld van: we zijn voor Europa, maar niet voor het huidige Europa omdat het niet sociaal en solidair is. En geef toe, ‘Europa’ maakt het ons niet makkelijk. Met haar begrotingsregels zit ze in de cockpit van het bezuinigingsbeleid dat ervoor zorgt dat het economisch herstel uitblijft en Europa het slechter doet dan de VS inzake groei en tewerkstelling. De wijze waarop de Europese Commissie samen met de Europese Centrale Bank en het IMF de linkse regering in Griekenland de das hebben omgedaan, is hemeltergend. Maar wij beseffen evenzeer dat het zonder Europa niet zal lukken en dat een nationalistische en protectionistische reflex ons verder af brengt van een sociaal Europa.

We zijn het overigens allemaal wat afgeleerd om mensen te overtuigen. Ook wij moeten onze kaderleden en militanten nog meer in beweging zetten om de leden en de publieke opinie te overtuigen. De aanval van rechts op onze welvaartsstaat verplicht ons ertoe. Noem het een voordeel bij een nadeel. Lange tijd volstond het om onze leden te informeren over de sociale vooruitgang. Nu de sociale voorzieningen in hun essentie ter discussie staan, zijn we terug verplicht op het ABC van de sociale zekerheid uit te leggen. En we moeten ten slotte meer inzetten op het gemeenschappelijk vakbondsfront en een nauwere samenwerking met het bredere middenveld. We doen dat vandaag al, maar niet altijd en overal van harte.

Is er hoop? Ja, als we kijken naar de massale deelname aan het syndicale verzet. Tot meer dan 100.000 deelnemers aan een vakbondsbetoging. Onderzoek over de houding ten aanzien van vakbonden en het stakingsrecht bewijst overigens dat er draagvlak is bij de bevolking voor vakbonden en vakbondsacties. De opiniepeilingen geven voor het eerst een kentering aan wat de partijpolitieke voorkeuren betreft. Zowel vanuit sp.a als Groen komen er voorzichtige signalen dat ze (lokaal) een stevige samenwerking zien zitten. En als het ACV/ ACW nog duidelijker afstand neemt van dit regeringsbeleid kan er sterker worden ingezet op een gemeenschappelijk progressief verhaal. Want laat ons eerlijk zijn, het scheelt een slok op een borrel mocht de christelijke arbeidersbeweging met volle kracht in het verzet gaan tegen deze asociale regeringen.

Rudy De Leeuw
Voorzitter ABVV

Het Sienjaal - progressieve frontvorming - syndicale frontvorming

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 48 tot 51