Log in

Wanneer komt het signaal?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 1 tot 3

In 1996, precies 20 jaar geleden, lanceerden Maurits Coppieters (VU) en Norbert De Batselier (SP) Het Sienjaal - de oproep aan progressieven om de krachten te bundelen. Het Sienjaal genereerde aanvankelijk groot enthousiasme, maar verzandde nog voor de lancering in partijpolitieke spelletjes. Uit de reconstructie van Norbert De Batselier in dit nummer blijkt dat de linkse partners nauwelijks de noodzaak voelden tot samenwerking. Ieder bleef kijken vanuit het eigen hokje. Men zag Het Sienjaal als een poging tot opslorping door SP, zoals de oproep van Leo Collard voor een progressieve frontvorming in 1961 of de operatie-Doorbraak van Karel Van Miert in 1979. Men dacht dat men het op eigen houtje ook wel zou redden.

We zijn ondertussen twintig jaar verder. De ontnuchtering is groot. Socialisten regisseerden als juniorpartner in opeenvolgende regeringen hun eigen krimp; de groenen geraakten niet duurzaam boven de 10%; progressieve Vlaams-nationalisten zitten ofwel met knarsende tanden bij N-VA omdat het de enige democratische partij is waar Vlaanderen gloort, of zijn politiek dakloos; en de christelijke arbeidersbeweging wendt zich vandaag tot voormalig UNIZO-man Kris Peeters als spreekbuis in een centrumrechtse regering. De linkerzijde bleek de voorbije decennia niet alleen communicerende vaten, maar ook lekkende vaten. Ze werd steeds marginaler.

ROOD EN VLAAMS

Het Sienjaal was het geesteskind van de Vlaamse natiebouwers Coppieters en De Batselier; het was een bij uitstek Vlaams project. Voor Bruno De Wever lag daar mede de oorzaak van zijn falen. ‘Links’ en ‘Vlaams’ zijn om historische redenen nooit bij elkaar geraakt. Ook in 1996 bleek het water te diep. Voor de Gentse historicus heb je aan de linkerzijde gewoonweg geen voldoende groep mensen die Vlaams patriot wil zijn en aan de Vlaams-nationalistische zijde geen voldoende groep die open progressief wil zijn. Het Sienjaal was een huwelijk dat moest stranden.

Daar waar Het Sienjaal een poging was om een deel van de Volksunie naar de linkerkant te halen, spreekt men bij progressieve frontvorming vandaag veelal over samenwerking tussen sp.a en Groen. Het zijn partijen met een Belgisch eerder dan een Vlaamsgezind profiel en electoraat. Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Groene dissidenten als Luckas Vander Taelen en Hermes Sanctorum en rode dissidenten als de Aalsterse SD&P zouden wel in een nieuwe Vlaams-groen-sociale beweging kunnen gedijen, maar voor de rest zijn er in beide partijen nog nauwelijks linkse flaminganten. Twintig jaar na Het Sienjaal is hun getalsterkte gering en hun impact op het publieke debat zwakker dan ooit.

In dit nummer vroegen we de partijvoorzitters naar hun project van progressieve frontvorming, naar hun Sienjaal 2.0. Het lijkt erop dat er in 2018 op lokaal vlak wel een aantal roodgroene kartels zullen worden gesloten - Meyrem Almaci zet in dit nummer de deur op een kier voor samenwerking met sp.a in Antwerpen; Peter Mertens pleit voor een Borgerhout-scenario in heel Antwerpen - maar inzake een nationale samenwerking in 2019 bewegen ze niet. We lezen in hun bijdragen dat progressieve samenwerking enkel van onderuit kan groeien en dat linkse partijen dit organisch proces ‘louter’ moeten faciliteren. Over een gezamenlijke structuur die deze bottom-up initiatieven van bovenaf gestalte moet geven echter geen woord. Houden de hoofdrolspelers de kaarten dicht bij de borst? Of is frontvorming op dit moment echt geen optie?

ROOD EN CHRISTELIJK

Om Vlaanderen echt naar links te doen kantelen, ligt de sleutel bij de christelijke arbeidersbeweging. Zij zat en zit nog steeds voornamelijk bij de christendemocratie. Geef haar eens ongelijk: zelfs in de huidige politieke constellatie zitten de Beweging.netters beter bij CD&V, hoe machteloos die bij wijlen ook is in de federale en regionale regering, dan bij een versnipperd links front. Politiek draait om macht en de politieke invloed is vooralsnog het ‘grootst’ bij CD&V. Het is daarom tekenend dat Patrick Develtere, algemeen voorzitter van Beweging.net, in dit nummer niet echt meedenkt over Het Sienjaal 2.0, maar het eigen verhaal voorstelt.

Joël De Ceulaer poneerde onlangs in De Morgen (06/08) dat de linkse kiezer wat vaker voor CD&V moet stemmen. De partij, zo beweerde De Ceulaer, blijft strak op koers als het gaat over thema’s zoals terreur, vluchtelingen en diversiteit. Dat kan zijn. Alleen faalt ze grandioos in haar rol als links tegengewicht in de regering, als sociaal gelaat en als corrector van het besparingsbeleid. De partij weegt erg licht in de regering-Michel en -Bourgeois. Ze voert de facto het sociaaleconomische beleid van Open Vld en N-VA mee uit. De grote vraag is dus wat de ontevreden Beweging.net-kiezer zal doen in 2019. Zal die CD&V afstraffen voor haar beleid op federaal en Vlaams vlak? Zo ja, naar waar zal die dan verhuizen?

De grote uitdaging voor linkse partijen in 2019 is het binnenhalen van de ontevreden kiezers uit de christelijke arbeidersbeweging. Uit de bijdrage van Marc Swyngedouw e.a. in dit nummer blijkt dat er in het verleden best wat verloop is geweest tussen CD&V en Groen/sp.a, maar een significante kanteling naar links van dat electoraat is altijd al een moeilijke opgave gebleken. Tot nu toe slaagden slechts twee socialisten er echt in in te breken in het ACW-electoraat: Karel Van Miert in 1984 en Steve Stevaert in 2003. Kunnen John Crombez en Meyrem Almaci in gespreide slagorde dat wel? Of is die kans groter als ze samenwerken? Dat is de vraag van 2019.

ROOD EN GROEN

De perspectieven op roodgroene frontvorming kregen de laatste tijd alleszins een knauw. Het lijkt erop dat de sp.a zich op de regeringslijn plaatst op het vlak van veiligheid en migratie, en dat ze de regering aanvalt op het vlak van economie en sociale zekerheid. Het eerste is een probleem voor een mogelijke frontvorming met Groen. Het tweede is een probleem waar bij uitbreiding de hele linkerzijde mee kampt: aangezien de links-rechts discussie zich voornamelijk afspeelt binnen de regering tussen CD&V en Open Vld/N-VA wordt het voor de linkse oppositie moeilijk om zich te profileren (zie ook Marc Hooghe in dit nummer). De socialisten zitten in een lastiger parket in de aanloop naar 2019 dan Groen. In de perceptie is het dan ook veelal sp.a die de hand reikt voor samenwerking en Groen die de boot afhoudt. Uit het stuk van Bram Wauters e.a. in dit nummer blijkt dat vooral de Groen-leden afkerig staan tegenover roodgroene samenwerking. Dat beperkt voor groene kopstukken de manoeuvreerruimte en verklaart deels hun scepsis; zij moeten immers een mogelijk akkoord door hun leden laten stemmen.

Jos Geysels en Herman Lauwers tonen zich in dit nummer kritisch over progressieve frontvorming. Ze hebben ‘liever een versterkt paar na de verkiezingen dan een mislukte paringsdans ervoor’ en gaan ‘liever gescheiden naar de kiezer en gezamenlijk naar de onderhandelingstafel’. Zulke lijstverbintenis is een tweesnijdend zwaard: ze heeft het voordeel van de duidelijkheid voor de kiezer maar het nadeel dat ze in de aanloop naar de verkiezingen onvoldoende dynamiek op gang brengt. More of the same zal onvoldoende zijn om rechts te counteren. Zelfs in het scenario dat sp.a en Groen in 2019 ‘gescheiden slagen’, door elk 1 of 2% te stijgen, verandert dat weinig aan de machtsverhoudingen in het politieke landschap.

Er zijn in Vlaanderen gelukkig veel meer maatschappelijk betrokken kiezers dan dat er linkse kiezers zijn. Het is voor de linkse oppositie zaak hen binnen te halen. In dit nummer laten de hoofdrolspelers niet in hun kaarten kijken hoe ze dat plannen te doen. Natuurlijk, hoe meer er vooraf over progressieve frontvorming wordt gepraat, hoe moeilijker ze achteraf te realiseren valt. Maar dat de dynamiek van de progressieve frontvorming niet echt van binnen de partijen komt, lijkt wel duidelijk. Het water staat links alleszins aan de lippen. Beseft men de urgentie van het probleem? Terwijl links praat over het terugwinnen van de culturele hegemonie en over het faciliteren van bottom-up initiatieven, vergiftigt rechts de geesten en breekt ze van bovenaf de structuren af die de sociale bescherming regelen.

Niemand vraagt een fusie van partijen. Enkel dat linkse partijen elkaar en elkaars gevoeligheden beter leren kennen, dat ze de onderlinge verschillen in een ruimer perspectief plaatsen en dat ze hun actiepunten beter op elkaar afstemmen (Rudy De Leeuw pleit in dit nummer voor een gezamenlijk 10 puntenprogramma). Wie weet volgt dan - op een bepaald moment in de aanloop naar 2019 - een groot politiek gebaar. Wanneer steken Meyrem Almaci en John Crombez samen over? Wanneer komt het signaal?

Wim Vermeersch
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - Het Sienjaal - progressieve frontvorming

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 7 (september), pagina 1 tot 3