Abonneer Log in

1.500 euro pensioen is perfect betaalbaar

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 16 tot 20

Het pensioenbeleid van de 21e eeuw moet resoluut de kaart trekken van een sterk wettelijke pensioen als baken van zekerheid en wapen tegen ongelijkheid. Een minimumpensioen van 1.500 euro is perfect betaalbaar. Wie aanstuurt op een verschuiving richting aanvullende pensioenregelingen in de tweede en de derde pijler, dient alleen de agenda van private verzekeraars en financiële fondsen.

75 JAAR SOCIALE ZEKERHEID

Sociale zekerheid als compagnon de route
Bea Cantillon
1.500 euro pensioen is perfect betaalbaar
Anja Vanrobaeys
Baas over eigen DNA?
Rik Thys
Help, daar is de robot
Geert Janssens
Bijdragen naar draagkracht
Raf De Weerdt
Een pact met steden tegen armoede
Philippe De Coene
Investeren in de overheid loont
Luc Vanneste
Is er nog ruimte voor internationale solidariteit?
Bart Criel, Willem Van de Put en Kristof Decoster

'Workers are […] sometimes required to put their money in pension funds that have to invest somewhere to exploit other workers to get a rate of return'.1 (David Harvey, 2017)

Wie het vandaag aandurft om een kijkje te nemen op www.mypension.be, komt er meestal bekaaid vanaf. Niet zelden draait het vooropgestelde pensioen uit op een fikse ontgoocheling. Waar het doel er wellicht uit bestond om mensen met een blik in de toekomst zekerheid te bieden, volgt er in de realiteit vaak een gevoel van verontwaardiging en onrechtvaardigheid. Terwijl MyPension een instrument zou moeten zijn om een gerust pensioen te garanderen, maakt het vandaag mensen onzeker en voelen alsmaar meer mensen zich in de richting van een individuele onrust geduwd. Zo krijgen ze keuzes voorgeschoteld die in de realiteit geen keuzes meer zijn: de instap in private aanvullende pensioenen en werken tot ze geen goede jaren meer over hebben. Op die manier verliezen meer en meer mensen hun geloof in de politiek en ebt de gedachte weg dat de overheid nog in staat is om iedereen van een deftige oude dag te voorzien. Het pensioenbeleid van de 21e eeuw moet daarom resoluut de kaart van een sterk wettelijke pensioen trekken als baken van zekerheid en wapen tegen ongelijkheid.

ZEKERHEID OP LOSSE SCHROEVEN

Al bij de lancering van MyPension werd het platform in de publieke opinie 'nattevingerwerk' genoemd.2 In zekere zin klopt dat ook, want de simulatie heeft slechts een beperkte voorspellende waarde en kan geenszins rekening houden met het verdere verloop van je carrière. De voornaamste conclusie voor veel mensen is dat een deftig pensioen op de oude dag niet langer gewaarborgd kan worden door de overheid. Die ontnuchtering brengt cynisme met zich mee en is gevaarlijk voor het geloof dat de politiek nog een goede impact kan hebben. Nochtans verwachten mensen dat de overheid voor hun pensioen garant staat. Dat de pensioenen voor veel kiezers in mei 2019 een beslissend thema was, mag dan ook niet verbazen.3 Zekerheid staat centraal in een mensenleven.

Terwijl alternatieve private pensioenstelsels een opmars hebben gemaakt, neemt de relatieve waarde van de wettelijke pensioenen af. Voor veel ouderen is hun pensioen lang niet voldoende om maandelijks rond te komen. De laatste jaren werd er uit rechts-liberale hoek alles aan gedaan om de wettelijke pensioenen te delegitimeren ten voordele van een private opbouw van pensioenkapitaal. Onlangs kopte het VBO nog op basis van een zelf gefinancierd onderzoek dat jongeren niet meer geloven in wettelijke pensioenen en concludeert bijgevolg dat de overheid niet langer in staat is om een deftig wettelijk pensioen te voorzien.4 Maar niets is minder waar.

De onzekerheid over de pensioenen die vandaag in de samenleving heerst, heeft niets te maken met de werking van de overheid als publieke instelling of de betaalbaarheid, maar wel alles met de contractbreuk die de regering-Michel I gepleegd heeft. Er werd een taxshift doorgevoerd die niet afgedekt was, waardoor de regering geprobeerd heeft om het gat te vullen door de mensen er individueel voor te laten betalen via de verhoging van de pensioenleeftijd en besparingen op de pensioenen.

De pensioendebatten worden vaak monddood gemaakt door het TINA-argument dat de vergrijzing onbetaalbaar zou zijn (lees: als niet iedereen tot 67 jaar of langer zou gaan werken). Waar niemand betwist dat de vergrijzing van de samenleving in de toekomst meer sociale uitgaven zal vergen, is het echter al lang achterhaald dat de pensioenen niet betaalbaar zouden zijn. We moeten weliswaar meer uitgeven, maar ook onze welvaart stijgt. Het vergt van de samenleving gewoon een keuze hoe we onze pensioenen wensen te financieren.5

Om die keuze te beïnvloeden is er een beweging gaande die de wettelijke pensioenen wensen af te bouwen en meer mensen in de richting van individuele aanvullende pensioenen willen sturen, maar eigenlijk is een sterk wettelijk pensioen gewoon perfect betaalbaar en de beste garantie op zekerheid. Via de groei van onze economie en de verbetering van onze productiviteit vergroten we stelselmatig onze welvaart, die we allen samen creëren. Zowel ouders of grootouders die thuis voor de kinderen zorgen, als mensen die in de bouw of de dienstensectoren werken: iedereen heeft daarin zijn rol. Het is perfect legitiem om een deel van die groeiende welvaart te gebruiken om iedereen een waardige oude dag te garanderen. We lijken alleen de verbeelding te missen om die antwoorden opnieuw overtuigend naar voren te schuiven.6

WAT BETEKENT EEN PENSIOEN VOOR ONS?

Het is geen complexe vraag om te beantwoorden waarom de zekerheid van wettelijke pensioenen te verkiezen is boven een private pensioenopbouw. Een essentieel uitgangspunt van onze sociale zekerheid is namelijk dat we die financieren volgens onze behoeften en noden, en dat de financiering ervan dus los hoort te staan van de periodieke economische conjunctuur en de begroting. Hoe we met onze pensioenen omgaan vormt daarvoor een mooi voorbeeld.

Pensioenen zijn immers geen individuele spaarboekjes. Ze zijn noch een waar, noch een dienst, maar een instrument dat voortvloeit uit de meerwaarde die we samen creëren. Pensioenen zijn een middel om onze ouderen waardig oud te laten worden, zodat ook zij nog verder kunnen deelnemen en bijdragen aan de samenleving waar zij zelf mee aan gebouwd hebben.7 Met een pensioen zou je je levensstandaard moeten kunnen behouden en de risico's die met het leven gepaard gaan het hoofd kunnen bieden.

Bij die basisopvatting over pensioenen loopt het vandaag vaak fout, en daar moeten we de strijd opnieuw voeren. Wat betekent een pensioen voor ons? En waarom is het belangrijk dat we onze pensioenen publiek waarborgen? Door de afbrokkeling van het wettelijk pensioen nemen we bij de huidige pensioenopbouw een verschuiving waar van het klassieke repartitiesysteem van de sociale zekerheid naar een individuele kapitalisatie op de financiële markten. Olivier Pintelon merkt in zijn boek correct op dat die evolutie voor werkende mensen een dubbele rekening als resultaat heeft8: via repartitie betalen we voor de pensioenen van onze ouderen, maar door de druk om via aanvullende stelsels te sparen voor een individueel pensioen, betalen we twee keer.

Van pensioenen verlangen mensen vooral zekerheid en net dat kunnen de financiële markten niet bieden. Wie investeert in een pensioenfonds, kan nooit voorspellen welk rendement men uiteindelijk zal halen, en of het fonds van een financiële crisis gespaard zal blijven. Er zijn geen indexeringen, verhogingen of herwaarderingen zoals bij wettelijke pensioenen.

Private kapitaalopbouw houdt ook geen rekening met de leeftijd die iemand daadwerkelijk zal bereiken. Op het einde van een loopbaan wordt na jaren pensioensparen een bedrag uitgekeerd, en daarmee moet je het dan gaan doen – of je nu 75 of 95 jaar oud wordt. Zowel voor de staat als voor het individu is dat geen duurzaam en stabiel vooruitzicht op de toekomst van de samenleving. Bovendien zijn de aanvullende pensioenen van de private markt verre van kostenefficiënt. De beheerskosten van de pensioenen in de tweede en de derde pijler zijn beduidend hoger dan bij de wettelijke pensioenen.9 Fiscale gunstmaatregelen ten voordele van aanvullende pensioenen betekenen dus ook een inefficiënt gebruik van belastinggeld.

M/V MET PENSIOEN

Pensioenen horen een hefboom te zijn om de gelijkheid tussen mensen in een rechtvaardige samenleving te bewaren. Laat dat net zijn wat de aanvullende pensioenen niet doen, integendeel. Recent onderzoek van Sigedis10, de beheerder van gegevens inzake sociale zekerheid, toonde aan dat de maatschappelijke ongelijkheden door de verschuiving van wettelijke naar aanvullende pensioenen zelfs worden vergroot.

Die vergrotende ongelijkheid vindt uitgesproken plaats tussen mannen en vrouwen. Voor 100 actieve mannen zijn er 88 actieve vrouwen op aan de slag. Maar voor 100 mannen die aangesloten zijn op een aanvullend pensioen, zijn er slechts 67 vrouwen die gelijkaardige pensioenrechten opbouwen via kapitalisatie. Dat heeft alles te maken met de verschillende rollen die mannen en vrouwen doorheen een loopbaan opnemen, zoals moederschapsrust en loopbaanonderbrekingen om voor kinderen te zorgen. Het is en blijft ook een feit dat sectoren waar de verdienste en zulke extralegale voordelen minder zijn, vaker een beroep doen op vrouwen.

Daarnaast zijn vallen er ook veel ethische bezwaren op tafel te leggen tegen private pensioenfondsen als basis voor de oude dag van werkende mensen. Veel pensioenfondsen investeren immers in zaken die indruisen tegen het algemeen belang van werkende mensen, zoals luxueuze vastgoedprojecten die de gemiddelde woonprijzen de lucht in jagen of de exploitatie van vervuilende fossiele brandstoffen.11

WETTELIJK PENSIOEN ALS GARANTIE VOOR DE TOEKOMST

De samenleving heeft heldere en eenvoudige pensioenregels nodig en die vallen het best te realiseren in een wettelijk pensioen als garantie voor de toekomst. Een pensioen van minimum 1.500 euro voor een volwaardige loopbaan moet daarvan het ankerpunt zijn. Wie aanstuurt op een verschuiving richting aanvullende pensioenregelingen in de tweede en de derde pijler, dient alleen de agenda van private verzekeraars en financiële fondsen.

Het is de taak van de beweging op links om het dominante argument op rechts te ontkrachten dat alleen langer werken de sleutel is van een krachtdadig pensioenbeleid in de 21e eeuw. Met alle burn-outs en gevallen van ziekte die nu al realiteit zijn, zou het een illusie zijn dat een ambtelijke verhoging van de pensioenleeftijd iets praktisch verandert aan het feit dat vele mensen vandaag overwerkt zijn door een gebrek aan werkbaar werk. Als je een arbeidsmarkt hebt van de 21e eeuw, moet je meer rekening houden met alleenstaanden en de nieuwe maatschappelijke gezinsvormen die voortkomen uit de gelijkheid tussen man en vrouw. Werkbaar werk is immers meer dan hyperflexibiliteit en werken tot je erbij dood valt. Daarnaast is nu eenmaal niet elk beroep geschikt is om het uit te zingen tot na je zestigste levensjaar en dat hoort wettelijk erkend te worden.

Een stevige herfinanciering van de wettelijke pensioenen in de eerste pijler staat daarbij met stip bovenaan. Ook het ontbreken van een echte pensioenbonus voor wie langer werkt, is een doorn in het oog voor wie langer werken ernstig overweegt. Het is geen uitzondering dat iemand die op 60 jaar vervroegd op pensioen kan gaan, maar wil doorwerken tot de reguliere leeftijd van 66 jaar, vandaag slechts 40 euro netto per maand extra pensioen krijgt. Het geeft de mensen niet de erkenning van hun bijkomende inspanningen.

Werkende mensen een volwaardig pensioen toekennen bij een afgelegde loopbaan van 42 jaar op basis van 30 uren per week, moet een volgende stap zijn in de nieuwe eeuw die al even is aangebroken. Veel mensen, en vaak vrouwen, komen niet aan een volwaardig pensioen omdat ze zich via mantelzorg het lot van iemand anders hebben aangetrokken, of gewoon omdat ze de tijd genomen hebben om er voor de eigen kinderen te zijn. Door middel van gelijkgestelde periodes zou de tijd die je neemt voor kinderzorg moeten meetellen voor je pensioen, zodat je bij de eindafrekening beloond wordt, en niet een tweede keer bestraft.

In een samenleving met sterke openbare diensten kunnen we zeker een deel van de publieke taken zelf mee opnemen, maar dan dient de overheid dat engagement te respecteren en te belonen als je je oude dag bereikt. Een minimumpensioen van 1.500 euro netto zou daarom voor iedereen een verworven recht moeten zijn, of je nu zelfstandige of werknemer bent. Dat is de inzet van het pensioendebat van de 21e eeuw.

VOETNOTEN

  1. Harvey, David (2017). 'Marx, Capital and the Madness of Economic Reason'. Oxford: Oxford University Press.
  2. Segers, Jan: 'Mypension.be is nattevingerwerk. De site heeft geen enkele voorspellende waarde'. Het Laatste Nieuws, 21/11/2017: https://www.hln.be/de-krant/onze-opinie-mypension-be-is-nattevingerwerk-de-site-heeft-geen-enkele-voorspellende-waarde~a5808472/.
  3. Onderzoeksbureau Kantar analyseerde dat pensioenen voor stemgerechtigden tot de top drie belangrijkste thema's behoorden om in mei 2019 een stem uit te brengen.
  4. De Morgen, 21/10/2019: https://www.demorgen.be/nieuws/jongeren-geloven-niet-meer-in-wettelijke-pensioenen~bd67f2ae/.
  5. Somers, Mathias (2019). 'Een betaalbaar pensioen is een keuze'. Denktank Minerva: https://www.denktankminerva.be/opinie/2019/5/20/een-betaalbaar-pensioen-is-een-keuze.
  6. De Swert, Gilbert (2011): 'Het pensioenspook'. Berchem: EPO, pp. 26-35.
  7. Saritas Oran, Serap (2017). 'Pensions and Social Reproduction'. In: T. Bhattacharya, 'Social Reproduction Theory. Remapping Class, Recentering Opposition'. London: Pluto Books, pp. 148-151.
  8. Pintelon, Olivier (2018). 'De strijd om tijd'. Berchem: EPO, pp. 90-92.
  9. Zie ook: Pacolet, Jozef & Strengs, Tom (2010). 'Pensioenrendement vergeleken. Vergelijking van de performantie van de eerste versus de tweede versus de derde pensioenpijler'. Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleven (KU Leuven).
  10. Sigedis vzw: 'Ongelijkheid V-M in aanvullende pensioenen', september 2019. In: Evaluatiecommissie federale wetgeving ter bestrijding van discriminatie.
  11. Harvey (2017).

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 16 tot 20