Abonneer Log in

Help, daar is de robot

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 26 tot 32

Het is bijna 100 jaar geleden dat het woord 'robot' werd gelanceerd door de Tsjechische sciencefictionschrijver Karl Capek. Zijn verhaal is een klassieker geworden en inspireerde tal van latere auteurs. De teneur van het verhaal ligt overigens tot op vandaag aan de basis van de onheilspellende bijklank die vaak wordt geassocieerd met het begrip 'robot' dat is afgeleid van het Tsjechische woord 'robota' en staat voor 'werk' of 'verplichte arbeid'.

Het verhaal van Capek is ook vanuit socio-economische oogpunt interessant. Het Amerikaanse National Bureau of Economic Research (NBER) vroeg recent enkele economen wat de gevolgen van ver doorgedreven robotisering zouden kunnen zijn voor een moderne economie.1 In hun rapport constateerden de auteurs dat investeringen in robots de productiviteit opdrijven maar dat er vroeg of laat weerbotseffecten optreden. De verminderde vraag naar menselijke arbeid zet namelijk de toekomstige economische groei onder druk. Hoe kan het ook anders? Arbeid is in onze samenleving niet alleen een belangrijke bron van zingeving, ook voor ons economisch model is arbeid essentieel als primaire verdeler van toegevoegde waarde. Als mensen geen inkomen meer hebben, valt de economie stil.

De denkoefening van het NBER verheldert de rol van de werkende mens voor het welslagen van het kapitalisme: de mens levert niet alleen de noodzakelijke arbeid maar is ook noodzakelijk in de hoedanigheid van consument. Particulieren maken doorgaans twee derde van de totale vraag uit, de overheid vult de rest in. De grote meerderheid van de particulieren is voor zijn bestedingen aangewezen op inkomen uit arbeid of op z'n minst inkomen dat daaraan is gekoppeld (FIGUUR 1). Hoe zou het een economisch systeem vergaan wanneer (een steeds groter deel van de) eindconsumenten geen inkomen meer uit arbeid kunnen verwerven? Wanneer iemand wordt vervangen door een robot en geen ander werk vindt, dan valt een stuk van de finale vraag weg. De overheid kan uiteraard voorzien in een vervangingsinkomen maar ook dat inkomen moet worden betaald uit belastingen die op een of andere manier moeten voortvloeien uit elders gecreëerde economische toegevoegde waarde.2

Het wegvallen van de finale vraag is een ramp voor de economische kringloop. De economie is een ketting waar alles aan elkaar hangt. Dit gegeven deed de voorbije jaren de idee van het basisinkomen opnieuw opgang maken.3 De snel om ons heen grijpende digitalisering en robotisering doet namelijk vragen rijzen bij de toekomstige rol van de mens in het arbeidsproces, althans mogelijks voor een deel van de beroepsbevolking wiens vaardigheden gemakkelijk kunnen worden geautomatiseerd.

SCENARIO-DENKEN

Zal het werkelijk zo'n vaart lopen? Niet noodzakelijk, maar vooruitdenken kan geen kwaad. In mijn boek Waardevol werkloos schets ik een aantal scenario's die een antwoord bieden op deze vraag. In twee van deze scenario's – robocalyps en singulariteit – wordt een groot deel van de beroepsbevolking werkloos, onder meer omdat men niet tijdig of onvoldoende omgeschoold geraakt. Verder betoog ik dat digitalisering van kennis en ervaring een ware dijkbreuk zouden kunnen veroorzaken in vergelijking met vorige industriële revoluties. Een treffend voorbeeld is de zelfrijdende wagen. Dat die zelf rijdt, is spectaculair maar dat deze robotbestuurder bij wijze van spreken van bij de start over een miljoen kilometer aan ervaring beschikt, is dat nog meer. Door deze nieuwheden komt de menselijke arbeid meer dan ooit in een rechtstreekse concurrentiestrijd met machines te staan. En ook al zou het op termijn goed komen, de geschiedenis leert dat een overgangsfase een heel mensenleven in beslag kan nemen.4

Hoe dan ook, in de twee scenario's met ver doorgedreven inactiviteit van de mens, moeten we bijgevolg op zoek naar andere manieren om toegevoegde waarde aan de bron te herverdelen. Tenminste, indien we willen vermijden dat de samenleving destabiliseert en grote antidemocratische krachten verder terrein winnen. De hamvraag is hoe we inkomen uit arbeid als spelverdeler in de welvaartsmachine vervangen?

ONGELIJKE VERDELING VAN DE KOEK

FIGUUR 2 toont aan dat het inkomen uit arbeid reeds enige tijd onder druk staat. Het loonaandeel is het deel dat arbeid (loontrekkenden en zelfstandigen) krijgt uit de jaarlijks gebakken welvaartskoek die we het bruto nationaal product noemen. Het complement is het winstaandeel. In 2018 bedroeg het loonaandeel voor België 59%; 6,9 procentpunten minder dan de maximumwaarde sinds 1980.
Het aandeel van arbeid daalde in alle OESO-landen gemiddeld met 0,2 procentpunten per jaar. Het is moeilijk om de oorzaak van deze daling objectief vast te stellen. Onderzoek van IMF, Europese Commissie en OESO wijzen globalisering maar vooral technologie met de vinger. Technologische verandering werkt als een sluipend gif. Jobs verdwijnen stelselmatig. De jobs die in de plaats komen, vergen andere vaardigheden en ontstaan vaak in andere regio's of landen. Daron Acemoglu en Pascual Restrepo toonden recent aan dat robotisering een nefast effect heeft op de loonontwikkeling en het welvaartsniveau van regio's.5

JOBS, JOBS, JOBS

De daling van het loonaandeel wijst op een probleem van verdeling aan de bron, zij het omdat te weinig mensen werken, zij het omdat mensen te weinig verdienen, zij het door een combinatie van beiden. Samen met de inactiviteitsgraad en de impact van de gig economie, is het loonaandeel een parameter die we de komende jaren dienen op te volgen om te beoordelen of de verdeling van welvaart aan de bron eerlijk en op een maatschappelijk duurzame wijze verloopt.
Laten we niet vergeten dat, ondanks onze recente puike arbeidsprestaties, de inactiviteitsgraad bij de bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar) nog steeds heel hoog ligt. FIGUUR 3 geeft aan dat deze inactiviteitsgraad in ons land niet alleen beduidend hoger ligt dan in de rest van Europa, maar dat ook de daling ten opzichte van 2008 minder omvangrijk is geweest dan we op het eerste zicht zouden denken.

In Vlaanderen daalde de inactiviteitsgraad meer substantieel, meer bepaald van 27,7% in 2008 naar 24% nu. Daarmee blijft het aantal inactieven echter ook hier hoger liggen dan in de rest van Europa. Dat een kwart van de bevolking op actieve leeftijd geen werk heeft en niet actief op zoek is naar werk, is hoe dan ook zorgwekkend. Het gaat uiteindelijk om een groep van meer dan 800.000 mensen. We zouden kunnen stellen dat zij reeds in een zogenaamd Robocalyps-scenario vertoeven.

GEEN BASISINKOMEN…

Mocht het loonaandeel verder worden uitgehold, onder meer doordat een groot deel van de werkende bevolking uit de boot valt, dan zal er moeten worden nagedacht over meer radicale oplossingen. Friedrich von Hayek, boegbeeld van het neoliberalisme, was in de jaren 1960 medeauteur van The Triple Revolution, een rapport dat verregaande robotisering reeds voorspelde. De oplossing die in dit rapport werd naar voor geschoven, was het gegarandeerd basisinkomen als een soort verzekeringspolis tegen pech.

Net zoals ten tijde van Von Hayek worden ook vandaag discussies over het basisinkomen door een emotionele bril gevoerd. Velen steigeren bij het idee dat mensen zouden worden betaald om niets te doen. Dit is een terechte bekommernis. Men hoeft overigens geen rekenwonder te zijn om uit te dokteren dat 1.000 euro per maand voor alle Belgen de openbare financiën binnen de kortste keren aan de financiële afgrond zou brengen. Evenmin mag het verbazen dat een uitkering van 600 euro per maand zonder bijkomende sociale voorzieningen minstens de helft van de bevolking in de armoede zou storten. Kortom, een mooi idee dat we beter houden bij de sciencefiction.

… WEL EEN EVENWICHTSINKOMEN?

Een nuttiger vertrekpunt is dat we de discussie objectiveren, zonder ideologische vooringenomenheid. Het basisinkomen invoeren in ons huidig economisch model, heeft weinig zin en nauwelijks meerwaarde. De idee van het basisinkomen wordt echter relevant in een situatie waar we zoeken naar andere manieren om economische toegevoegde waarde te verdelen wanneer die onvoldoende zou verlopen via betaalde arbeid. Mocht robotisering en automatisering de verdeling van onze toekomstige welvaart op de helling zetten, zoals in het eerder vernoemd model van de NBER, dan is er nood aan een mechanisme dat het evenwicht tussen vraag en aanbod herstelt.

In plaats van te werken met een basisinkomen, zouden we kunnen nadenken over een evenwichtsinkomen. Dit inkomen is voorwaardelijk. Anders dan bij het basisinkomen zijn er voorwaarden aan verbonden. Zoals een basisinkomen is het een vloer waar niemand onder door kan. Het wordt langs de onderkant van de inkomensladder ingeschoven. Anders dan het basisinkomen, dooft het evenwichtsinkomen uit naarmate mensen zelf een inkomen verwerven. Om te verhinderen dat er een armoedeval ontstaat, zou het niveau waarop het evenwichtsinkomen uitdooft hoog genoeg moeten worden gezet. De controle daarop zou rekening kunnen houden met de bron van het inkomen. Voor inkomen uit vermogen zou het keerpunt waarop het evenwichtsinkomen afgeschaft wordt, lager kunnen liggen dan voor inkomens uit loonarbeid, zelfstandige arbeid of een eigen onderneming.

Omdat de maatschappij er alle belang bij heeft dat mensen geschoold zijn en om onderwijs te verheffen tot een publiek goed, zouden we het evenwichtsinkomen kunnen koppelen aan het behalen van een minimaal onderwijsniveau. Een minder streng criterium zou kunnen zijn dat wie het diploma niet behaalt, een lagere uitkering krijgt. Een volgende stap is dat we gemeenschapswerk, inspanningen voor goede doelen of acties die bijdragen tot een meer duurzame wereld koppelen aan het evenwichtsinkomen, zeker voor wie via de reguliere arbeidsmarkt niet meer aan de bak komt. Op termijn kan een evenwichtsinkomen gekoppeld worden aan een job in de 'quintaire economie', een sector waar menselijk contact een economische waarde krijgt.

WIE ZAL DAT BETALEN?

Bovenstaande concepten lijken een utopie. In ons huidig systeem zijn ze dat ook. In een situatie waar menselijke arbeid massaal overbodig wordt, zijn ze de evidentie zelve. Wanneer we een deel van het inkomen van de werkenden van vandaag zouden beschouwen als een virtueel evenwichtsinkomen dan is het systeem reeds betaalbaar (FIGUUR 4). De financiering via te recupereren bijdragen maakt namelijk een groot verschil. In deze berekening vervangen we het kindergeld door een vast maandelijks bedrag en behouden we de huidige pensioenregeling. De afschaffing van een aantal fiscale uitgaven (zoals de woonbonus) en de efficiëntieverbeteringen zijn zodanig gekozen dat de rekening klopt, maar zijn alleszins een haalbare kaart.

De vraag is hoe dit model in de toekomst betaalbaar blijft. In scenario's waarbij een groot deel van de menselijke arbeid verdwijnt als gevolg van automatisering, zullen we moeten zoeken naar andere belastingbronnen dan deze op arbeid. Het gaat niet om meer maar om andere belastingen op productiefactoren ter vervanging van bestaande. Als gevolg van technologische verandering riskeert steeds meer economische toegevoegde waarde geproduceerd te worden door het nieuwe kapitaal. Robots, machines en AI zijn de productiefactoren van de toekomst. In wezen zijn het nieuwe vormen van kapitaal. De enige zinvolle weg vooruit is een belasting te heffen op de toegevoegde waarde die robots of machines genereren. Het is een logische stap in een economisch systeem gedomineerd door intelligente machines en robots.

ROBOTS EN DONALD TRUMP

Het bepleiten van een evenwichtsinkomen in een klimaat waar ondernemingen schreeuwen om geschikt personeel, lijkt moeite voor niets. En laten we hopen dat dit ook zo is. Maar wanneer ook in deze hoogconjunctuur – die volgens sommigen artificieel wordt opgepept met gratis geld door centrale banken – een kwart van de bevolking op actieve leeftijd aan de kant staat, dan kunnen we maar beter opletten. Technologische veranderingen zijn niet neutraal. We moeten fenomenen zoals Donald Trump, Brexit en de opkomst van extreemrechtse partijen in Europa niet te ver zoeken. Carl Benedikt Frey ontdekte bij de recentste Amerikaanse presidentsverkiezingen een opmerkelijke correlatie tussen robotdensiteit en het fenomeen van de 'swing state'. Donald Trump wist doorslaggevend veel kiezers te overhalen in staten die harder werden getroffen door automatisering. Economic Innovation Group, een Amerikaanse denktank, kwam eerder tot gelijkaardige bevindingen door het swingfenomeen te koppelen aan economische en sociale achteruitgang.6 Daron Acemoglu en Pascual Restrepo leggen een verband tussen robotisering en regionale loonontwikkeling.7The Economist wees meermaals op de grote ongelijkheid in de VS en het VK, ook tussen de regio's, als verklaring voor dysfunctioneel kiezersgedrag. Anelli e.a. onderzochten de verkiezingsuitslagen in 15 Europese landen in de periode 1993-2016 en concluderen dat robotisering en handel correleren met extreemrechts stemgedrag.8

We moeten de maatschappelijke veranderingen ten gevolge van technologie dus goed in de gaten houden. Technologie is niet neutraal, noch naar de verdeling van de baten, noch inzake heel wat ethische vraagstukken. Een breder maatschappelijk debat over deze netelige kwesties dringt zich op.9 Anders laten we dit ongelijk speelveld over aan bedenkelijke figuren die daaruit munt kunnen slaan.

VOETNOTEN

  1. Benzell, S., Kotlikoff, L., LaGarda, G., Sachs, J. (2018). 'Robots are us: Some economics of human replacement', NBER Working Paper no. 20941, October 2018.
  2. Zie ook: Ford, M. (2015). 'The Rise of The Robots: Technology and the Threat of Mass Unemployment'. Londen: Oneworld.
  3. Janssens, G. (2017). 'Basisinkomen: oordeel niet te vlug'. Inspiratienota 93, februari 2017, ETION. Janssens, G. (2018). 'De digitale race naar de bodem'. Ondernemen, februari 2018, ETION. Zie ook: Janssens, G. (2018). 'Digitalisering, robotisering, artificiële intelligentie. Welke gevolgen voor de samenleving?', in: Somers, M. (red). 'Vorm geven aan digitale tijden'. Denktank Minerva.
  4. Frey, Carl Benedikt (2019). 'The Technology Trap: Capital, Labor, and Power in the Age of Automation', Princeton University Press, Princeton & Oxford.
  5. Acemoglu, D. & Restrepo, P. (2017). 'Robots and Jobs: Evidence from US Labor Markets'. NBER Working Paper, 23285.
  6. https://eig.org/news/research_articles/the-flipped-counties-of-2016-still-lagging-behind.
  7. Acemoglu, D. & Restrepo, P. (2017). Robots and Jobs: Evidence from US Labor Markets. NBER Working Paper, 23285.
  8. Anelli, M., Colantone, I., Stanig, P. (2018). 'We Were The Robots: Automation in Manufacturing and Voting Behavior in Western Europe', Bocconi University, March 2018.
  9. Voor meer details zie onder meer: Janssens, Geert (2019). 'Waardevol werkloos: maatschappelijke gevolgen van digitalisering, robotisering en artificiële intelligentie', LannooCampus, ETION.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 26 tot 32